
De elektrische fiets is steeds populairder in Nederland, met in 2024 naar schatting 4,2 miljoen e-bikes – bijna 1 miljoen meer dan in 2022. Ook onder jongeren wint de e-fiets terrein, vooral als vervoermiddel naar school of college. Tegelijkertijd stijgt het aantal verkeersslachtoffers onder jonge e-fietsers sterk. Tussen 2018 en 2022 is het aantal 12- tot 17-jarigen dat na een ongeval met een e-bike op de spoedeisende hulp belandt, verviervoudigd. Jongeren lopen bovendien relatief vaak ernstig letsel op bij fietsongevallen en zijn door hun onervarenheid extra kwetsbaar in het verkeer.
Deze factsheet bespreekt de ervaringen van jongeren (12-24 jaar) met e-bikes, het aantal ongevallen, risicofactoren en mogelijke maatregelen om de veiligheid van deze groep te verbeteren. De informatie is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur en onderzoeken van kennisinstituten en TeamAlert.
De term elektrische fiets is een containerbegrip dat verschillende typen omvat, zoals e-bikes en fatbikes. Er zijn grofweg twee categorieën elektrische fietsen[i]:
Opgevoerde elektrische fietsen
Elektrische fietsen zijn eenvoudig op te voeren, bijvoorbeeld met een app of setje. Hoewel dit op de openbare weg verboden is, kunnen e-bikes tot 37 km/u en fatbikes tot 45 km/u worden opgevoerd. Ook het plaatsen van een gashendel – officieel slechts toegestaan tot 6 km/u – maakt hogere snelheden mogelijk, soms zelfs tot 70 km/u[v].
Definitie factsheet elektrische fiets
Kortom, er zijn verschillende typen elektrische fietsen, elk met hun eigen regels. In deze factsheet richten we ons specifiek op de elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/uur. Dit type valt onder dezelfde verkeersregels als de reguliere fiets, kent geen minimumleeftijd en wordt daarom het meest gebruikt door jongeren. Ook het opvoeren van dit type fiets door jongeren komt in deze factsheet aan bod. We gebruiken de termen elektrische fiets en e-fiets door elkaar, waarbij we steeds verwijzen naar fietsen met trapondersteuning tot en met 25 km/uur.
Helft van de jongeren gebruikt een elektrische fiets
De helft van de jongeren heeft in het afgelopen half jaar een elektrische fiets gebruikt, blijkt uit een vragenlijst die TeamAlert heeft afgenomen onder een representatieve steekproef van Nederlandse jongeren die fietsen[i]. Van de jongeren die een elektrische fiets gebruiken, gebruikt de helft de elektrische fiets van zijn/haar ouders of verzorgers en 28% geeft aan zelf een elektrische fiets te hebben. De overige elektrische fietsers delen of lenen hun e-fiets. Deze cijfers met betrekking tot het aantal jongeren die gebruik maken van een elektrische fiets komen redelijk overeen met andere onderzoeken. Zo heeft Mediahuis, Wayne Parket Kent & Mediatest gevonden dat gemiddeld 21% van de jongeren een elektrische fiets heeft[ii].
De jongeren die een elektrische fiets gebruiken, doen dit vrij regelmatig. Uit het onderzoek van TeamAlert blijkt dat de helft van de elektrische fietsers wekelijks een elektrische fiets gebruikt. Ruim een kwart gebruikt de elektrische fiets minder dan eens per maand.
Sterke toename in gebruik elektrische fiets onder jongeren
Het aantal elektrische fietsen in Nederland wordt geschat op 4,2 miljoen in 20241. Sinds 2015 is dit aantal verdriedubbeld. Vanuit het CBS-onderzoek ‘Onderweg in Nederland’ is de schatting dat in 2019 bijna 10% van de kilometers gefietst door jongeren van 12 tot en met 19 jaar op een elektrische fiets was.
In vergelijking met andere leeftijdsgroepen maken vooral ouderen gebruik van de elektrische fiets[iii]. Wel is er een duidelijke stijging te zien in het gebruik onder jongeren tot en met 18 jaar[iv]. Zo is te zien dat het totale gebruik onder jongeren relatief klein is in vergelijking tot oudere leeftijdsgroepen, maar wel het hardst is gestegen tussen 2018 en 2021. Ook in de leeftijdsgroep 18 tot en met 24 jaar groeit het aantal jongeren op de elektrische fiets. Het aantal aangeschafte fietsen stijgt onder deze.
Het RIVM ziet dat jongeren minder vaak de beweegrichtlijn halen, ondanks dat zij even vaak naar school fietsen. Een mogelijke verklaring die hiervoor wordt gegeven is het gebruik van een elektrische fiets.
Voordelen en motieven voor gebruik
Jongeren en studenten kiezen steeds vaker voor de elektrische fiets vanwege verschillende praktische voordelen[i]:
Daarnaast wordt het ontbreken van een helmplicht genoemd als belangrijk voordeel: 90% van de jongeren draagt geen helm, wat de aantrekkelijkheid vergroot. Studenten geven bovendien aan dat ze het prettig vinden niet gebonden te zijn aan ov-tijden, wat hen meer flexibiliteit biedt[ii].
De belangrijkste motieven voor gebruik komen dus sterk overeen met de ervaren voordelen. Voor jongeren is vooral snelheid doorslaggevend14, terwijl ouderen de elektrische fiets eerder gebruiken om comfortabeler en met minder inspanning langere afstanden te kunnen afleggen.
Nadelen en weerstanden
Tegenover de voordelen staan ook enkele veelgenoemde nadelen. Jongeren noemen onder andere de hoge aanschafprijs van elektrische fietsen, het risico op diefstal, de beperkte actieradius door een lege accu, en het feit dat je minder beweegt in vergelijking met een gewone fiets11. Deze factoren kunnen jongeren ontmoedigen om een elektrische fiets aan te schaffen of dagelijks te gebruiken.
Elektrische fiets is niet voor kleine kinderen
Verder zijn jongeren van mening dat de elektrische fiets niet voor (jonge) kinderen is, blijkt uit een focusgroep onderzoek17. Aan de jongeren is tijdens de focusgroep gevraagd voor wie een elektrische fiets is en of er een minimale en/of maximale leeftijd moet zitten aan het gebruik. Jongeren (12 tot en met 18 jaar) zien het moment waarop ze naar de middelbare school gaan als geschikt moment om een e-fiets te nemen en koppelen dit daarom aan 12 jaar. De jongeren vinden het gevaarlijk als jonge kinderen een elektrische fiets hebben, omdat e-fietsen hard gaan. Daarbij verwachten ze dat naarmate je ouder bent, je ook beter op verkeersregels let. Oudere jongeren (18 jaar en ouder) vinden 16 jaar een geschikte leeftijd voor het fietsen op een elektrische fiets, omdat ze vinden dat iemand eerst ervaring in het verkeer moet hebben. De kwantitatieve toetsing van de focusgroepen bevestigt dit beeld. Ruim de helft van de jongeren is voor een leeftijdsgrens en vinden dat je pas op een elektrische fiets mag rijden vanaf een bepaalde leeftijd.
Verandering in houding
De houding van jongeren ten opzichte van de elektrische fiets verandert. In zowel 2020 als 2023 zijn jongeren gevraagd welke associaties ze hebben met elektrische fietsen. In 2020 gaf 39% van de jongeren aan dit te associëren met ouderen, in 2023 was dit nog maar 22%[iii].
In 2024 vielen er in totaal 108 verkeersdoden onder jongeren[i]. In 53 gevallen betrof het een inzittende van een personenauto. De rest van de verkeersdoden vielen onder de groep kwetsbare verkeersdeelnemers, deze cijfers staan weergeven in onderstaande Tabel 1. In de tabel is te zien dat jonge fietsers het vaakst dodelijk slachtoffer zijn, gevolgd door verschillende brom-, snor- en motorfietsen, hierbij is geen onderscheid in type fiets (elektrisch en niet-elektrisch) gemaakt. Naast ongevallen met dodelijke afloop, raken veel fietsers ook ernstig gewond. Bijna twee derde van het aantal ernstig verkeersgewonden bestaat uit fietsers[ii].
|
|
AANTAL |
|
VOETGANGER |
<5 |
|
FIETS* |
20 |
|
Elektrische fiets |
5 |
|
BROM-, SNORFIETS, BROMMOBIEL |
14 |
|
MOTORFIETS |
12 |
|
OVERIG |
6 |
Tabel 1. Verkeersdoden in 2023 onder kwetsbare verkeersdeelnemers (12 t/m 24 jaar). Bron: CBS, 2025.
* wanneer het onbekend is of een fiets een E-bike was of niet, valt deze onder de categorie fiets.
Ongevalskans op elektrische fiets versus niet-elektrische fiets
Jongeren (12-17 jaar) hebben 2,7 keer meer kans op een SEH-bezoek na een ongeluk met een elektrische fiets dan met een gewone fiets[ii]. Tien procent van de jongeren tussen 12 en 24 jaar heeft ooit een ongeluk gehad met een e-bike, mogelijk een onderschatting door zelfrapportage. Het aantal SEH-bezoeken door e-bike-ongevallen bij 12-17-jarigen is tussen 2018 en 2022 verviervoudig [iii]. In 2022 raakten zeker 500 jongeren ernstig gewond, wat 10% van alle ernstige fietsongevallen in deze groep vertegenwoordigt. De e-bike is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de stijging in ernstige fietsongevallen bij jongeren.
Vaak eenzijdige ongevallen
In het onderzoek van VeiligheidNL werden fietsongevallen in kaart gebracht waarbij slachtoffers naar de spoedeisende hulp moesten[iv]. Er werd onderscheid gemaakt tussen ongevallen met elektrische en niet-elektrische fietsen (zoals reguliere fietsen, racefietsen en mountainbikes). Er zijn weinig grote verschillen in het type ongeval of de oorzaak:
Er zijn echter wel enkele verschillen: slachtoffers van een eenzijdig ongeval op een elektrische fiets noemen uitglijden en de toestand van de weg (bijv. gladheid of losliggend materiaal) vaker als oorzaak dan bij reguliere fietsen.
Risicofactoren van elektrische fiets
De elektrische fiets heeft een aantal risicovolle kenmerken en aspecten. Deze worden hieronder toegelicht.
Snelheid en opvoeren
Mensen fietsen op een elektrische fiets gemiddeld sneller dan op een gewone fiets[i],[ii],[iii], wat de kans en ernst van ongelukken verhoogt[iv]. Jongeren zijn een risicogroep. Uit onderzoek van TeamAlert (2023b) blijkt dat:
Dit sluit aan bij algemene cijfers, waarbij één op de vijf e-fietsers een opgevoerde fiets rijdt[v]. Het opvoeren is gevaarlijk, omdat deze fietsen niet voor hoge snelheden zijn gebouwd en er geen helmplicht is[vi]. Dit gedrag komt ook voor bij scooterrijders, waarbij 37% op een opgevoerde bromfiets rijdt en 73% wel eens te hard rijdt[vii].
Zwaarder gewicht
Elektrische fietsen zijn zwaarder door de accu, wat het moeilijker maakt om balans te houden, vooral bij lage snelheden of het uitwijken voor obstakels. Dit verhoogt de kans op een ongeval6,[viii],[ix].
Minder controle over nieuwe fiets
Jongeren met een nieuwe fiets voelen vaak minder controle, wat bijdraagt aan het hoge aantal ongelukken in september, het begin van het schooljaar[x],[xi]. Dit geldt mogelijk ook voor jongeren die overstappen naar een elektrische fiets. Eén op de vijf jongeren op een elektrische fiets heeft het gevoel minder controle te hebben dan op een gewone fiets11.
7 op de 10 jongeren vertoont risicogedrag op elektrische fiets
Jongeren vertonen over het algemeen meer risicogedrag in het verkeer, wat hen een risicogroep maakt[xii]. Bij jongeren op elektrische fietsen vertoont 70% risicogedrag11. Onderzoek toont aan dat het risicogedrag onder jongeren op elektrische en reguliere fietsen vergelijkbaar is (respectievelijk 70% en 75%). Observaties bevestigen dat bestuurders van elektrische en niet-elektrische fietsen zich vergelijkbaar gedragen[xiii].
Lees meer over het risicogedrag van jongeren op reguliere fietsen in de Factsheet jongeren als kwetsbare verkeersdeelnemers.
In Figuur 1 staat weergeven in hoeverre jongeren de afgelopen maand bepaalde risicogedragingen vertoonden op de elektrische en de niet-elektrische fiets. In dit figuur is te zien dat jongeren op de niet-elektrische fiets significant (*) vaker op de stoep fietsen en zonder verlichting fietsen, dan jongeren op de elektrische fiets. De overige gedragingen verschillen niet significant op basis van vervoersmiddel.

Figuur 1. Bron: TeamAlert, 2023
Specifiek gekeken naar de risicogedragingen van jongeren op de elektrische fiets, zien we dat:
Jongeren zien risico’s elektrische fiets in
Een groot deel van de jongeren vindt de elektrische fiets risicovol. Ten eerste geeft de meerderheid van de jongeren aan elektrische fietsers gevaarlijker te vinden dan ‘normale’ fietsers. Daarnaast geeft meer dan de helft aan de snelheid van een elektrische fietser moeilijk in te kunnen schatten. Eén op de vijf elektrische fietsers heeft het idee minder controle te hebben op een elektrische fiets dan op een normale fiets.
Jongeren nemen (risico)gedrag van vrienden over
Jongeren zijn gevoelig voor groepsdruk en verkeersgedrag van jongeren wordt bepaald door de aanwezigheid van vrienden[i]. Uit onderzoek naar jongeren op de elektrische fiets blijkt een positieve correlatie tussen eigen gedrag en die van vrienden[ii]. Ter illustratie wordt genoemd dat 70% van de jongeren op e-fietsen die geen helm dragen, aangeeft dat vrienden dit ook niet doen.
Onervarenheid in het verkeer en met snelle voertuigen
Onervaren verkeersdeelnemers hebben meer kans op een verkeersongeval vanwege een gebrek aan vaardigheden en onervarenheid met nieuwe vervoersmiddelen of situaties in het verkeer[iii]. De meeste kilometers gefietst door 12 t/m 18 jarigen[iv], gedurende deze periode wordt dus de meeste fietservaring opgedaan. Daarbij geldt dat brugklassers moeten wennen aan een nieuwe school-thuis-route. De combinatie van gebrek aan ervaring op de fiets en een periode met veel nieuwe ervaringen maakt het fietsen op een elektrische fiets complex voor een jonge doelgroep, bijvoorbeeld brugklassers.
Onderschatten van de risico’s en groot vertrouwen in eigen kunnen
Jongeren onderschatten de risico’s die zij lopen op een elektrische fiets en overschatten hun eigen kunnen. Zo noemen jongeren dat zij het nemen van risico’s op de elektrische fiets niet gevaarlijk vinden, omdat:
Uit onderzoek blijkt dat veel jongeren risicovol gedrag vertonen, zoals fietsen met muziek of een opgevoerde e-bike, terwijl ze zichzelf toch als veilige verkeersdeelnemers zien[v]. Daarnaast vinden jongeren gedrag minder risicovol als ze het gevoel hebben de situatie onder controle te hebben37. Hoewel 78% van de jongeren fietsen als veilig beschouwt, heeft bijna driekwart ooit een fietsongeval meegemaakt41. Cijfers van VeiligheidNL laten bovendien een toename van ernstige e-bikeongevallen onder jongeren zien[vi]. Jongeren zijn zich mogelijk niet volledig bewust zijn van de gevolgen van bijvoorbeeld het opvoeren van een e-bike[vii].
Jongeren zijn minder goed in gevarenherkenning dan volwassenen
Jongeren die onervaren zijn op een elektrische fiets zijn minder goed zijn in het herkennen van gevaren dan onervaren volwassenen en ervaren jongeren op e-fietsen[viii]. De onderzoekers suggereren dat zowel leeftijd als ervaring voorspellers zijn van het vermogen van elektrische fietsers om gevaren te herkennen. Wel valt gevarenherkenning te trainen met interventies[ix]. De hersenen ontwikkelen zich tot het 25e levensjaar, waaronder de frontale cortex. Dit hersengebied wordt geassocieerd met onder andere impuls controle, vooruitdenken en andere belangrijke beslissingsfactoren. Jongeren gedragen zich dan ook impulsiever, reageren vaak onmiddellijk op verleiding zonder na te denken en ze negeren toekomstige beloningen vaker dan volwassenen. Daarnaast hebben jongeren ook meer moeite met hogere orde vaardigheden, waar gevarenherkenning en risicobewustzijn onder vallen[x].
Daarnaast zijn jongeren in het algemeen meer geneigd tot het nemen van risico’s. Lees hierover meer in de Factsheet Jongeren en risicogedrag
Voor elektrische fietsen met een trapondersteuning tot en met 25 km/uur gelden dezelfde verkeersregels als voor de normale fiets. Zo is er geen helmplicht, geen rijbewijs nodig en geen leeftijdsgrens. Alle verkeersregels die gelden voor de fiets zijn terug te vinden op de website van de fietsersbond[i]. De wettelijke maatregelen gericht op fietsveiligheid zijn ook hetzelfde voor elektrische- en niet-elektrische fietsers en worden hieronder toegelicht.
Een middel om veilig verkeer te bevorderen is het bekeuren van onveilige verkeersgedragingen. Zo is er sinds 1 juli 2019 in het verkeer een algeheel verbod op het vasthouden van mobiele elektronische apparaten, zoals smartphones, laptops, muziekspelers en camera’s. Daarnaast kunnen kwetsbare verkeersdeelnemers onder andere beboet worden voor:
|
|
BOETE |
|
DOOR ROOD RIJDEN |
€ 120,- |
|
GEEN VERLICHTING HEBBEN |
€ 75,- |
|
TELEFOON GEBRUIKEN OP DE FIETS |
€ 170,- |
Tabel 2, bron: Openbaar Ministerie, 2025
Alle boetes voor fietsers zijn te vinden in de boete database van de Rijksoverheid49. Daarnaast kunnen gemeenten specifieke boetes vaststellen afhankelijk van lokale problematiek[i].
Eerder is genoemd dat een aanzienlijk deel van de jongeren op een opgevoerde fiets rijdt11. Het is toegestaan om een elektrische fiets op te voeren, maar verboden om hiermee de openbare weg op te gaan. Hiervoor is een keuring van de RDW nodig. Wanneer het voertuig is goedgekeurd gelden voor de elektrische fiets dezelfde regels als voor speed pedelecs, zoals een helmplicht en een rijbewijs bromfiets AM7,[ii]. Wanneer iemand met een opgevoerde elektrische fiets, die niet goedgekeurd is, de openbare weg op gaat kan dit gevolgen hebben voor de fiets- en aansprakelijkheidsverzekering. Ook kan dit leiden tot een strafrechtelijke vervolging7.
Om opgevoerde fietsen beter op te kunnen sporen gaat de politie begin 2024 werken met rollerbanken voor elektrische fietsen, waaronder fatbikes[iii]. Verkeershandhaving vermindert risicovol verkeersgedrag en is daarom een belangrijk onderdeel van het verkeersveiligheidsbeleid[iv]. Als er wordt gekeken naar de handhaving door de politie op het gebruik van fietsverlichting, is er sinds 2006 een sterke daling te zien in uitgeschreven boetes[v]. Dat bereikte na een lange daling een dieptepunt in 2015 met iets meer dan 25.000 per jaar. De afgelopen jaren schommelt het tussen de 30.000 en 50.000 boetes per jaar.
Gedragsverandering heeft een grotere kans van slagen wanneer dit wordt gedaan bij het ontstaan van nieuwe gewoontes en gedrag[i], zoals een verandering in vervoersmiddel. Op verschillende manieren kan de verkeersveiligheid voor elektrische fietsers worden vergroot. Er kunnen maatregelen genomen worden gericht op veiliger fietsgedrag, op aanpassingen aan de omgeving en op het veiliger maken van het vervoersmiddel. Hieronder worden met name de maatregelen omtrent gedrag verder toegelicht. Hierbij wordt ook genoemd wat jongeren zelf geschikte maatregelen vinden.
Verschillen tussen elektrische- en niet-elektrische fiets duidelijk maken
Om de overstap naar een elektrische fiets te benutten voor gedragsverandering dat leidt tot veilig verkeersgedrag, is het belangrijk dat jongeren de elektrische fiets als een ander vervoersmiddel beschouwen dan een niet-elektrische fiets. Dit lijkt op dit moment niet altijd het geval te zijn. In de onderstaande alinea is te lezen dat een groot deel van de jongeren de elektrische fiets en niet-elektrische fiets als vergelijkbaar vervoersmiddel ziet.
Voorlichting over elektrische fiets en snelheid
Een derde van de elektrische fietsers geeft aan dat zij niet duidelijk geïnformeerd zijn over hoe ze moeten omgaan met de hogere snelheid van een elektrische fiets. Er bestaat verdeeldheid over het belang van uitleg over veilig fietsen op een e-bike. Ongeveer een derde vindt voorlichting nodig vanwege de snelheid en het omgaan met de fiets. Een even grote groep ziet geen verschil met een gewone fiets en vindt uitleg daarom overbodig, omdat de verkeersregels voor beide fietsen gelijk zijn. Jongeren zien voorlichting over risico’s en gevolgen als een geschikte maatregel om veiliger gedrag op de e-bike te bevorderen. Dit kan zowel op school als bij de aankoop van een fiets plaatsvinden [ii].
Voorlichting aan alle jongeren op de fiets (elektrisch en niet-elektrisch)
Niet alleen jongeren op elektrische fietsen, maar ook jongeren op reguliere fietsen hebben baat bij voorlichting. Zo hebben jongeren op niet-elektrische fietsen moeite met het inschatten van de snelheid van elektrische fietsen, en kan dit tot ergernissen of onveilige situaties leiden. Met name in stedelijke gebieden hebben jongeren meer moeite met het adequaat inschatten van de snelheid van een elektrische fiets, in vergelijking tot niet-stedelijke gebieden. Daarnaast vinden deze jongeren elektrische fietsen vaker onveilig in het verkeer, dan jongeren uit niet-stedelijke gebieden.
Gevarenherkenning trainen
Jongeren die onervaren zijn op een elektrische fiets zijn minder goed zijn in het herkennen van gevaren dan onervaren volwassenen en ervaren jongeren op e-fietsen[iii]. Gevarenherkenning op de elektrische fiets is te trainen[iv]. TeamAlert heeft gevarenherkenningstrainingen voor onervaren autobestuurders en maaltijdbezorgers op de elektrische fiets. Hierin leren jongeren met een videotraining een inschatting maken van potentiële gevaren.
Risicoperceptie verhogen
Uit onderzoek van TeamAlert (2023b; 2023c) blijkt dat jongeren veel risicogedrag vertonen op de elektrische fiets en tegelijkertijd aangeven hun eigen gedrag veilig te vinden. Verklaringen die hiervoor worden gegeven in de onderzoeken zijn het onderschatten van risico’s en het overschatten van eigen rijvaardigheden. Het reëler inschatten van de gevaren in het verkeer kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld via een ervaringselement en het opdoen van meer kennis rondom de risico’s in het verkeer. TeamAlert laat met het ervaringselement “Stap Op” in verschillende projecten jongeren ervaren wat de invloed van afleiding in het verkeer is. Daarin trekken jongeren na afloop van het ervaringselement de conclusie dat ze belangrijke dingen missen wanneer zij in het verkeer zijn afgeleid (net zoals het gebruik van de telefoon op de fiets).
Aangepaste regelgeving voor elektrische fiets
Het voorkomen van het opvoeren van elektrische fietsen draagt bij aan verkeersveiligheid, omdat e-bikes niet zijn ontworpen voor snelheden boven 25 km/uur [v]. Een meerderheid van 53% van de jongeren is voor het instellen van een minimumleeftijd voor het gebruik van een elektrische fiets. Jongeren onder de 18 jaar vinden het passend dat dit moment samenvalt met het begin van de middelbare school, terwijl 18-plussers een leeftijdsgrens van 16 jaar noemen, gelijk aan de scooterleeftijd. Over speciale regels voor e-bikers zijn jongeren verdeeld: 38% is voor, 31% tegen. Jongeren noemen verder meer controles, snelheidsverlaging, strengere handhaving van telefoongebruik en hogere boetes voor overtredingen op de elektrische fiets als nuttige maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren [vi].
Overige oplossingen: fietshelm, aanpassing infrastructuur, herkenbaarheid e-fiets
Het dragen van een helm wordt gezien als een effectieve maatregel voor de veiligheid van elektrische fietsers. Jongeren noemen dit vaker als oplossing bij niet-elektrische fietsers (27%) dan bij e-bikers zelf (11%). Daarnaast kunnen aanpassingen aan de infrastructuur, zoals betere en aparte fietspaden en snelheidsdrempels, bijdragen aan de verkeersveiligheid. Het vergroten van de herkenbaarheid van elektrische fietsen kan de veiligheid verbeteren, omdat jongeren moeite hebben met het inschatten van de snelheid van e-bikers. Ook ervaren jongeren zelf dat anderen hun snelheid op een e-bike vaak verkeerd inschatten.
Zie ook de Factsheet Jongeren als kwetsbare verkeersdeelnemer.