Meer weten? Neem contact op!

Saar Hadders

Gedragsonderzoeker en -ontwerper

Jongeren en alcohol in het verkeer

25 april 2025 Saar Hadders

De meeste jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 24 jaar drinken alcohol (Nationale Drug Monitor, 2024). Uit onderzoek van TeamAlert onder jongeren en jongvolwassenen met een rijbewijs (18 tot en met 30 jaar) blijkt dat 25% in het afgelopen jaar weleens met een te hoog alcoholpromillage heeft autogereden (TeamAlert, 2023a). Ook rijden jongeren regelmatig op de fiets of scooter nadat ze een drankje hebben gedronken (TeamAlert, 2023b; de Waard et al., 2016). Dit is niet zonder gevaar: bestuurders onder invloed kunnen verkeerssituaties niet meer goed beoordelen en ze zijn minder alert (SWOV, 2023). 

In deze factsheet worden de risico’s en achterliggende factoren van alcoholgebruik onder jongeren in het verkeer belicht. Aan de hand van elf kernvragen gaan we in op hoe alcoholgebruik het gedrag van jonge automobilisten, fietsers en scooterrijders beïnvloedt. De informatie uit de factsheet is gebaseerd op wetenschappelijke artikelen, rapporten van kennisinstituten en onderzoeken van TeamAlert.

Lees hieronder verder 👇

Of bekijk meteen relevante interventies en projecten

Vul je gegevens in om het onderzoek of factsheet te downloaden.

Factsheet deelvragen:

  • Wat betekent alcoholgebruik voor jongeren?

    De meerderheid van de jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 24 jaar drinkt alcohol

    De meerderheid van de jongeren tussen 18 en 24 jaar heeft in het afgelopen jaar alcohol gedronken. In 2022 gold dit voor 76,7% van de 18- en 19-jarigen en 84,3% van de 20-24-jarigen. Jongeren van 25-29 jaar zijn de grootste groep drinkers (88,1%). Overmatig drinken – meer dan 21 glazen per week (mannen) of 14 (vrouwen) – komt het vaakst voor bij 18-19-jarigen (12,6%) en 20-24-jarigen (12,9%). Zwaar drinken – minstens één keer per week meer dan 5 (mannen) of 3 (vrouwen) glazen op een dag – wordt ook het vaakst gemeld in deze leeftijdsgroepen (22,8% en 22,1%). Het gemiddelde dagelijks alcoholgebruik ligt bij 18-19-jarigen op 1,4 glas, en bij 20-24-jarigen op 1,3 glas. De gemiddelde startleeftijd voor alcoholgebruik onder 18- tot 25-jarigen was in 2022 16 jaar, wat hoger is dan in 2020 (15,7) en 2016 (15,3).

    Jongeren drinken om verschillende redenen

    Jongeren hebben verschillende redenen voor de uiteindelijke beslissing om te gaan drinken, ook wel drinkmotieven genoemd. Er zijn vier drinkmotieven te onderscheiden:

    • Sociale drinkmotieven. Jongeren drinken om hier door hun sociale omgeving door beloond te worden, bijvoorbeeld omdat het feestjes leuker maakt.
    • Enhancement drinkmotieven. Jongeren drinken om positieve gevoelens te verkrijgen, bijvoorbeeld omdat alcohol hen helpt om meer te genieten van een feestje.
    • Conformiteit drinkmotieven. Jongeren drinken om sociale afwijzing vanuit de omgeving te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer zij drinken omdat vrienden hen daartoe overhalen.
    • Coping drinkmotieven. Jongeren drinken om negatieve gevoelens te verminderen, bijvoorbeeld om zorgen te verminderen[i].

    Uit een longitudinaal onderzoek[i] blijkt dat jongeren vooral drinken om feestjes leuker te maken en om dronken te worden.

    Jongeren zijn extra kwetsbaar voor de gevolgen van alcoholgebruik

    Jongeren zijn lichamelijk en psychisch gevoeliger voor alcohol dan volwassenen[i]. Dit leidt sneller tot gezondheidsproblemen zoals bewusteloosheid, depressieve klachten, gewelddadig gedrag en risicovol verkeersgedrag[ii].

    De verhoogde kwetsbaarheid wordt verklaard door drie factoren[iii]:

    • Jongeren hebben een lichter lichaam, waardoor alcohol sterker werkt.
    • Hersenen en organen zijn tot het 24e levensjaar nog in ontwikkeling[iv].
    • Door gebrek aan ervaring kennen jongeren hun grenzen minder goed.
  • Wat wordt er verstaan onder alcoholgebruik in het verkeer?

    Wettelijke alcohollimiet

    Onder alcoholgebruik in het verkeer wordt verstaan dat men deelneemt aan het verkeer met een bloedalcoholgehalte (BAG), ofwel een alcoholpromillage, dat hoger is dan de wettelijke limiet. Het alcoholpromillage is het aantal gram alcohol per liter bloed of het aantal milligram alcohol per milliliter bloed. In Nederland gelden wettelijke alcohollimieten voor automobilisten, vrachtwagenchauffeurs, fietsers en brom- en snorfietsers. Voor ervaren automobilisten, vrachtwagenchauffeurs, brom- en snorfietsers en fietsers geldt een wettelijke alcohollimiet van 0,5 promille[i]. Voor beginnende bestuurders is de wettelijke alcohollimiet lager, namelijk 0,2 promille. Ook voor beginnende brom- en snorfietsers geldt een lagere limiet van 0,2 promille. Voor voetgangers geldt geen wettelijke alcohollimiet, de politie kan wel voor openbare dronkenschap van een voetganger een proces-verbaal maken (SWOV, 2023).

    Promillages kunnen moeilijk uitgedrukt worden in glazen

    Het drinken van hetzelfde aantal glazen alcohol veroorzaakt niet bij iedereen hetzelfde alcoholpromillage. Dit heeft onder andere te maken met het gewicht en de sekse van een persoon. Het aantal glazen alcohol dat leidt tot een te hoog alcoholpromillage is dus verschillend voor ieder persoon. Dit zorgt ervoor dat men voorzichtig moet zijn met het uitdrukken van een promillage. Om toch handvatten te geven tegen alcoholgebruik in het verkeer, wordt er gekeken naar gemiddelden. Gemiddeld leidt één standaardglas alcohol tot een promillage van 0,2 bij mannen en 0,3 bij vrouwen. Voor bestuurders die korter dan vijf jaar hun rijbewijs hebben (beginnende bestuurders), geldt een limiet van 0,2 promille. Mannen bereiken dit promillage na het drinken van ongeveer één glas binnen een uur, vrouwen al bij minder dan één glas. Voor niet-beginnende bestuurders is deelname aan het verkeer verboden vanaf 0,5 promille, dit zijn ongeveer twee glazen per persoon per uur[i].

    Controle van het promillage

    Het gebruik van alcohol in het verkeer wordt gecontroleerd middels een adem- of blaastest. Deze test wordt afgenomen door de politie bij staandehoudingen of na een ongeval. Afhankelijk van de uitslag kan de verkeersdeelnemer meegenomen worden naar het politiebureau voor nader onderzoek door middel van een ademanalyse. Op deze manier kan gemeten worden hoeveel alcohol de verkeersdeelnemer precies heeft gedronken. Bij voetgangers worden geen blaastesten afgenomen, de politie gaat dan af op de uiterlijke kenmerken van dronkenschap en het gedrag van de voetganger.

     

  • Hoeveel jongeren nemen deel aan het verkeer onder invloed van alcohol?

    Automobilisten

    Uit een recente meting blijkt dat 2,5% van de automobilisten in weekendnachten rijdt met meer alcohol op dan wettelijk is toegestaan. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2019 (2,3%)[i]. Onder jonge mannen van 18 tot en met 24 jaar is dit percentage stabiel gebleven op 1,7%, terwijl het onder jonge vrouwen in die leeftijdsgroep is gestegen van 0,6% in 2019 naar 1,1% in 2022. Het aandeel beginnende bestuurders dat in overtreding is, is zelfs gestegen van 2,3% naar 3,7%. Een vragenlijstonderzoek van TeamAlert toont aan dat 25% van de jongeren met een rijbewijs in het afgelopen jaar onder invloed van alcohol heeft gereden, waarvan een kwart dit zelfs wekelijks deed.

    Fietsers

    Fietsen onder invloed is een veelvoorkomende praktijk onder jongeren. Bijna alle 339 jongeren die deelnamen aan een vragenlijstonderzoek van TeamAlert gaven aan wel eens onder invloed te fietsen (na twee of meer glazen alcohol). Een derde van hen doet dit minstens twee keer per week; sommigen zelfs vier keer of vaker[i].

    Ook studenten nemen vaak na het uitgaan de fiets: 65% van de ondervraagde Utrechtse studenten fietst na alcoholgebruik naar huis[ii]. Uit veldonderzoek in Den Haag en Groningen blijkt dat 42% van de geteste fietsers op uitgaansavonden een promillage boven de 0,5 had. Dit percentage stijgt naarmate de nacht vordert: na 01.00 uur is 67% in overtreding, en na 05.00 uur zelfs meer dan 80%[iii]. De gemiddelde leeftijd van fietsers daalt in de loop van de avond, wat suggereert dat vooral jongeren ’s nachts onder invloed fietsen.

    Ruim één op de vijf jongeren rijdt onder invloed op de elektrische fiets[iv]. De hogere snelheid van e-bikes vergroot de kans op een ernstig ongeluk[v]. Van deze jongeren heeft een kwart al eens een ongeluk meegemaakt[vi]

    Lees hier meer over in het onderzoek: Jongeren onder invloed op de elektrische fiets.

    Scooterrijders

    Er zijn geen recente metingen uitgevoerd waarbij scooterrijders op alcoholgebruik zijn getest. Echter blijkt uit verschillende nieuwsberichten dat er regelmatig onder invloed op de scooter wordt gereden. In een artikel van NOS wordt beschreven hoe drinken bestuurders van deelscooters steeds vaker worden aangehouden, met rijontzegging als gevolg[i]. TeamAlert voerde in 2022 onderzoek uit naar jongeren en hun gedrag op de deelscooter, waaronder rijden onder invloed. Ruim een kwart (26%) van de deelscootergebruikers uit het onderzoek gaven aan wel eens onder invloed te rijden, voornamelijk na het drinken van alcohol (15%)3.

     

    [i] NOS (2023a). Dronken bestuurder deelscooter vaker gepakt, aantal rijontzeggingen stijgt. Geraadpleegd via: https://nos.nl/artikel/2462569-dronken-bestuurder-deelscooter-vaker-gepakt-aantal-rijontzeggingen-stijgt

     

     

  • Wat is het effect van alcohol op de rijvaardigheid?

    Bestuurders die onder invloed zijn van alcohol kunnen verkeerssituaties niet goed beoordelen, gevaren minder snel herkennen, minder snel reageren, het voertuig minder goed besturen en zijn minder alert. Dit effect op het rijgedrag is sterker bij jongeren en onervaren bestuurders.

    Aandachtverdeling

    Vanaf een alcoholpromillage van 0,3 gaat de verdeling van de aandacht tussen twee of meerdere taken achteruit. Dit zorgt ervoor dat taken die op zichzelf nog geen probleem vormen al vanaf een kleine hoeveelheid alcohol minder goed gaan als ze tegelijkertijd uitgevoerd moeten worden. Een voorbeeld van een taak is koers houden. Dit wordt normaal gesproken slechter bij een alcoholpromillage vanaf 0,5, maar in combinatie met andere taken wordt deze taak al slechter uitgevoerd bij een alcoholpromillage vanaf 0,3[i]

    Reactiesnelheid

    De snelheid waarmee bestuurders objecten waarnemen, informatie verwerken en vervolgens daarop reageren, vermindert vanaf een alcoholpromillage van 0,3. Het duurt dan langer om een gevaarlijke situatie te herkennen en om op bijvoorbeeld een rood stoplicht of op andere gevaren te reageren.

    Alertheid

    De alertheid van een bestuurder vermindert bij een alcoholpromillage vanaf 0,3[i]. Onder invloed van alcohol neemt het aantal oogbewegingen af en bij het knipperen met de ogen wordt de tijd waarin de bestuurder zijn ogen dicht heeft langer. Hierdoor duurt het langer om bepaalde objecten of gebeurtenissen in het verkeer waar te nemen, vooral als deze gebeurtenissen zich voordoen aan de linker- of rechterkant van de weg. Doordat de blik van de bestuurder vooral recht voor zich gericht is, wordt dit ook wel tunnelvisie genoemd. Slaapgebrek lijkt de tunnelvisie van iemand onder invloed van alcohol te versterken. Jongeren blijken een risicogroep wanneer het gaat om slaapgebrek, meer dan 40% van de jongeren van 12 tot en met 24 jaar slaapt te kort[ii].

    Voertuigcontrole

    Bestuurders onder invloed van alcohol tonen meer variatie in de snelheid en in de koers die ze proberen te houden. Ze maken bijvoorbeeld vaker stuurfouten waardoor ze van de weg afraken. Bij jonge bestuurders verslechtert alcohol de koers houden meer dan bij andere bestuurders (Dupont et al., 2010). Onder normale omstandigheden gaat de vaardigheid om het voertuig onder controle te houden achteruit vanaf een alcoholpromillage van 0,5. Bij moeilijkere situaties, bijvoorbeeld bij veel wind, gaat deze vaardigheid achteruit vanaf een alcoholpromillage vanaf 0,2.

  • Waarom is het rijden onder invloed van alcohol voor jongeren gevaarlijker dan voor volwassenen?

    Oververtegenwoordiging in de ongevalscijfers

    Jonge beginnende bestuurders gebruiken minder alcohol in het verkeer dan oudere ervaren bestuurders. Desalniettemin zijn jongeren oververtegenwoordigd in de groep slachtoffers en bestuurders betrokken bij ongevallen waarin alcohol een rol speelde. Vooral jonge mannen vormen een risicogroep. In de DRUID-studie, een grootschalig fuikcontrole onderzoek gericht op alcohol, drugs en geneesmiddelen uit 2009, blijkt dat hoewel jonge bestuurders van 18 tot en met 24 jaar in dat jaar 4% van het totale aantal rijbewijsbezitters vormden, ze 29% van de ernstig gewonde automobilisten die alcohol hadden gebruikt vormden. Meer dan 90% van deze jonge automobilisten was man. Bij jonge vrouwen is geen oververtegenwoordiging gevonden onder de ernstig gewonde automobilisten die alcohol hadden gebruikt[i].

    Verklaringen

    Jonge bestuurders hebben een verhoogd risico op verkeersongevallen wanneer zij onder invloed van alcohol rijden, en dit is op meerdere manieren te verklaren.

    Allereerst speelt onervarenheid een grote rol: jonge bestuurders hebben minder rijervaring, waardoor hun algemene ongevalsrisico al hoger is. Daarnaast zorgt eenzelfde hoeveelheid alcohol bij jongeren voor een groter effect dan bij volwassenen. Dit komt door hun lagere lichaamsgewicht en minder lichaamsvocht, waardoor het alcoholpromillage sneller oploopt.

    Ook zijn jongeren biologisch gevoeliger voor de effecten van alcohol, wat samenhangt met genetische factoren en de nog onvolgroeide hersenen, met name het gebied dat impulscontrole en risicobeoordeling reguleert[i]. Jongeren vertonen hierdoor van nature al meer risicogedrag, wat onder invloed van alcohol nog verder toeneemt. Bovendien blijkt dat jongeren die ervoor kiezen om te rijden na alcoholgebruik vaak al bepaalde persoonlijkheidskenmerken hebben die hen vatbaarder maken voor roekeloos gedrag[ii]. Het risicogedrag begint vaak al bij de beslissing om te gaan rijden na het drinken (Dupont et al., 2010).

    Tot slot rijden jonge bestuurders vaak met passagiers, wat het risico op afleiding en impulsief rijgedrag verder vergroot. Zo had 60% van de jonge mannen die met te veel alcohol op reden, één of meer passagiers in de auto[iii],[iv].

     

  • Wat is het risico van deelnemen aan het verkeer onder invloed van alcohol?

    Automobilisten

    De kans op een verkeersongeval stijgt naarmate een autobestuurder meer alcohol heeft gedronken. Over het algemeen geldt dat het ongevalsrisico bij een alcoholpromillage van 0,5 ongeveer 1,4 keer hoger is dan bij nuchter rijden. Iemand heeft dan dus 40% meer kans op een ongeval. Bij een alcoholpromillage van 1,0 is het risico iets meer dan vier keer zo hoog en bij een promillage van 1,5 is het risico meer dan twintig keer zo hoog dan dat van een nuchtere automobilist[i]. Bij een combinatie van alcohol en drugs is het ongevalsrisico extreem hoog: twintig tot tweehonderd keer hoger dan voor nuchtere bestuurders[ii].

     

    Fietsers

    Uit een onderzoek onder Utrechtse studenten (gemiddelde leeftijd =20.6) blijkt dat alcoholgebruik het risico op fietsongevallen aanzienlijk verhoogt. De kans op een fietsongeval na een avond alcohol neemt toe bij een hoger alcoholpromillage. Bij een alcoholpromillage van 0 tot 0,2 is het risico op een fietsongeval 2,5 keer zo hoog dan dat van nuchtere fietsers, bij een alcoholpromillage van 0,2 tot 0,5 is dit ongeveer zeven keer en bij een alcoholpromillage van 0,5 tot 1,0 is het risico meer dan zestien keer zo hoog15. Alcohol verhoogt de ongevalskans van fietsers in gelijke mate als die van een automobilist. Alleen bij een promillage van 2,0 en hoger neemt de ongevalskans bij fietsers nog sterker toe dan bij een automobilist[iii]. Een fietser met een alcoholpromillage van meer dan 2,0 heeft een bijna 60 keer zo hoog risico om gewond te raken bij een ongeval dan een nuchtere fietser4.

     

    Met de elektrische fiets is de kans op een ernstig ongeval 2,7 keer zo groot dan op de normale fiets. Wanneer jongeren rijden onder invloed wordt dit risico nog eens verder verhoogd18.

     

    Scooterrijders

    Zoals hierboven benoemd, vergroot een alcoholpromillage van 0,5 de kans op een ongeval in de auto al met 40%29. Uit onderzoek naar het effect van alcohol op scooter rijden blijkt echter dat scooterrijders vaak bij een lager alcoholpromillage in het bloed al betrokken zijn bij verkeersongevallen. Dit toont aan dat het effect van alcohol groter is bij scooterrijders, vergeleken met automobilisten[iv]. Een mogelijke verklaring voor dit verschil is dat evenwicht en motorische coördinatie, vaardigheden die doorgaans worden aangetast door alcoholgebruik, belangrijker zijn voor scooterrijders dan voor automobilisten.

     

  • Hoeveel slachtoffers vallen er onder jongeren door deelname aan het verkeer onder invloed van alcohol?

    Het precieze aantal gewonden en verkeersdoden door alcoholongevallen is niet bekend. In de registratie van politie en ziekenhuizen wordt niet standaard vermeld of alcohol een rol speelde, omdat niet bij elk ongeval wordt getest11. Op basis van risicoschattingen en testgegevens heeft SWOV in 2016 berekend dat in 2015 tussen de 12% en 23% van alle verkeersdoden verband hield met alcoholgebruik, wat neerkomt op 75 tot 140 doden[i]. Cijfers over jongeren of vervoersmiddelen ontbreken in deze schatting.

    Uit gegevens van het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL blijkt dat in 2023 naar schatting 19.800 personen van 12 jaar en ouder de Spoedeisende Hulp (SEH) bezochten na een ongeval waarbij alcohol betrokken was. Dit komt overeen met 127 alcohol gerelateerde SEH-bezoeken per 100.000 inwoners, wat neerkomt op ongeveer één op de vijf van alle SEH-ongevallen[ii].

    In bijna alle gevallen (98%) was er sprake van alcoholgebruik, en bij twee derde van deze slachtoffers was sprake van ernstig letsel[iii] (Veiiligheidnl, 2024a). Opvallend is dat jongeren tussen de 18 en 24 jaar duidelijk oververtegenwoordigd zijn: zij vormen 29% van de slachtoffers van alcohol gerelateerde SEH-ongevallen, terwijl hun aandeel in de bevolking kleiner is[iv].

     

    Automobilisten
    Het Europese DRUID-onderzoek toonde aan dat alcohol de meest aangetroffen stof is bij ernstig gewonde of overleden bestuurders; in Nederland testte in 2011 25,3% van de ernstig gewonde automobilisten positief op alcohol, waarvan 26% tussen de 18 en 24 jaar oud was[i]. Recente cijfers van VeiligheidNL laten zien dat bij 6% van de verkeersslachtoffers op de SEH sprake was van middelengebruik voorafgaand aan het ongeval, vrijwel altijd alcohol; slechts 10% daarvan betrof automobilisten. In 2022 bezochten circa 23.900 mensen de SEH na een alcohol gerelateerd ongeval; 23% was jonger dan 25 jaar. In een aanvullende enquête meldde 11% van de SEH-bezoekers alcoholgebruik vóór het ongeval, bij 18‑24‑jarigen was dit zelfs 29%[iv]. Deze cijfers wijzen op structurele onderrapportage én een aanhoudende oververtegenwoordiging van jonge mannen bij alcohol gerelateerde verkeersongevallen.

    Fietsers
    Uit Nederlandse ziekenhuiscijfers blijkt dat het percentage jonge fietsers (15 tot en met 29 jaar) dat in de weekendnachten opgenomen is in het ziekenhuis onder invloed van alcohol is toegenomen. In 1993 was 17% van de jonge fietsers opgenomen in het ziekenhuis onder invloed van alcohol en in 2014 was dit percentage 47%. Cijfers uit het LIS van VeiligheidNL (2022) tonen aan dat van alle verkeerslachtoffers die voorafgaand aan hun ongeval alcohol en/of drugs gebruikt hadden en in de afgelopen tien jaar op de SEH zijn behandeld, driekwart een fietser betrof. Het aantal fietsslachtoffers met ernstig letsel dat middelen gebruikte voorafgaand aan het ongeval is in de periode tussen 2012 en 2021 met 84% gestegen.

    Scooterrijders
    Cijfers uit het LIS van VeiligheidNL tonen aan dat 10% van alle SEH-bezoekers in de periode tussen 2012 en 2021, die alcohol en/of drugs gebruikten voorafgaand aan een verkeersongeval, bestuurder van een brom-of snorfiets betrof.

  • Welke straffen gelden er omtrent deelname aan het verkeer onder invloed van alcohol?

    Motorvoertuigen

    Rijden onder invloed van alcohol is een verkeersmisdrijf. Jongeren die zich hier schuldig aan maken, kunnen te maken krijgen met verschillende straffen: een geldboete, een ontzegging van de rijbevoegdheid, een educatieve maatregel of een onderzoek naar de rijgeschiktheid. Deze maatregelen zijn bedoeld om de bestuurder te straffen en herhaling te voorkomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen beginnende bestuurders (meestal jongeren tot en met 24 jaar) en ervaren bestuurders. De ernst van de straf hangt af van het gemeten bloedalcoholgehalte (BAG) en of er sprake is van recidive (herhaling van de overtreding).

    Boetes en ontzegging van de rijbevoegdheid

    Een beginnende bestuurder die betrapt wordt op het rijden met meer dan 0,2 promille alcohol in het bloed, krijgt meestal een boete opgelegd door het Openbaar Ministerie. Deze begint bij 300 euro en kan oplopen tot ruim 950 euro, afhankelijk van het promillage. Vaak volgt ook een ontzegging van de rijbevoegdheid, wat betekent dat iemand tijdelijk geen voertuig mag besturen. Hoe hoger het alcoholpromillage, hoe langer de duur van deze ontzegging.

     

    Educatieve maatregel en onderzoek naar rijgeschiktheid

    Naast een boete of rijontzegging kan het CBR een educatieve maatregel opleggen: de LEMA (Licht Educatieve Maatregel Alcohol) of de EMA (Educatieve Maatregel Alcohol). Dit zijn verplichte cursussen over de risico’s van alcohol in het verkeer. De kosten van deze cursussen zijn voor eigen rekening:

    • LEMA: 647 euro
    • EMA: 1033 euro[i]

    Het CBR kan ook een rijgeschiktheidsonderzoek starten. Dit bestaat uit een psychiatrisch onderzoek, een lichamelijk onderzoek en een bloedonderzoek. Als hieruit blijkt dat de bestuurder niet voldoet aan de eisen van rijgeschiktheid, wordt het rijbewijs ongeldig verklaard. Dit betekent dat iemand niet meer mag rijden totdat opnieuw is aangetoond dat hij of zij geschikt is. Ook dit onderzoek is verplicht en kost 1249 euro. Niet meewerken leidt automatisch tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.

    Zwaardere straffen

    Bij een alcoholpromillage vanaf 1,66, bij een letselongeval of wanneer iemand vaker betrapt is op het rijden onder invloed van alcohol, krijgt de overtreder te maken met de rechter. De overtreder krijgt dan een dossier (voorheen strafblad) in het Justitieel Documentatie Systeem. Ook kan de overtreder een taak- of gevangenisstraf opgelegd krijgen[ii].

     

    Fietsers

    Voor fietsers geldt dat zij een geldboete kunnen krijgen als ze onder invloed van alcohol deelnemen aan het verkeer. De hoogte van de geldboete is afhankelijk van het alcoholpromillage en het aantal herhaalde overtredingen, oftewel recidive[iii]. Daarnaast kunnen fietsers die in overtreding zijn enkele uren een rijverbod krijgen voor de auto[iv].

  • Wat zijn de redenen van jongeren voor deelname aan het verkeer onder invloed van alcohol?

    Automobilisten

    Uit kwalitatief onderzoek van TeamAlert onder negen jonge mannelijke bestuurders (19–22 jaar) blijkt dat zij het rijden onder invloed van alcohol als gevaarlijk beoordelen – voor zichzelf en anderen. Toch rijden zij soms of regelmatig onder invloed. Er zijn verschillende factoren die dit gedrag verklaren:

    Sociale norm
    Allereerst speelt de sociale omgeving een belangrijke rol, hierbij is voornamelijk de familie, de vrienden en de werkomgeving belangrijk[i]. Dit wordt bevestigd door het kwantitatieve onderzoek van TeamAlert waarin 20% van de jongeren die onder invloed rijden aangeeft dat het in hun sociale omgeving normaal is om auto te rijden met meer alcohol op dan toegestaan. Dit komt vaker voor in weinig tot niet stedelijke gebieden (18%) dan in stedelijke gebieden (7–9%). Ook uit onderzoek in negentien Europese landen blijkt dat de sociale norm een belangrijke rol speelt: bestuurders die denken dat hun vrienden ook rijden onder invloed, doen dit zelf ook vaker[ii].

    Inschatting van eigen bekwaamheid
    Jongeren overschatten vaak hun eigen vaardigheden en schatten risico’s lager in dan volwassenen[iii]. Volgens TeamAlert wordt de inschatting om te rijden onder invloed bepaald door:

    • Het moment waarop de beslissing wordt genomen (nuchter vs. onder invloed);
    • De fysieke en mentale gesteldheid (bijv. concentratie, fitheid);
    • Eerdere ervaringen met rijden onder invloed;
    • De verwachte omstandigheden onderweg (zoals verkeer en weer).

    Tot slot toont onderzoek ook een verschil tussen mannen en vrouwen aan in inschatting. Mannen zijn meer overtuigd te kunnen autorijden onder invloed van alcohol dan vrouwen[iv]. Verschillende redenen zorgen ervoor dat jongeren hun eigen bekwaamheid hoger inschatten dan vanuit onderzoek bekend is over rijden onder invoeld van alcohol.

    Beschikbaarheid van alternatieven
    Een gebrek aan alternatieven speelt een grote rol. Jongeren geven aan onder invloed te rijden als er geen andere manier is om thuis te komen[v] Teamalert, 2023a). Factoren die de keuze beïnvloeden zijn:

    • De prijs en beschikbaarheid van taxi’s;
    • De afstand tot huis of slaapplek;
    • Onbereikbaarheid van ouders laat op de avond;
    • Vooraf geen vervangend vervoer geregeld.

    Korte ritjes worden vaak als minder risicovol gezien, wat de kans op rijden onder invloed vergroot.

    Ervaringen uit het verleden
    Zolang jongeren geen negatieve consequenties ervaren van rijden onder invloed, staan zij niet stil bij de mogelijke gevolgen van hun gedrag. Jongeren passen hun gedrag naar eigen zeggen wel aan in de volgende twee situaties: wanneer zij door eigen toedoen een andere persoon verwonden en wanneer een naaste van hen een ongeluk veroorzaakt waarbij anderen gewond raken. In het laatste geval passen de jongeren hun gedrag aan op de omstandigheden waarin de naaste dit ongeluk heeft veroorzaakt. Wanneer het ongeluk plaatsvond terwijl er passagiers in de auto waren, dan nemen de jongeren bijvoorbeeld geen passagiers meer mee.

    Onder invloed rijden wordt leuk gevonden
    Uit onderzoek blijkt dat jongeren het als leuk ervaren om te rijden onder invloed. Dit komt voornamelijk doordat ze het nemen van risico’s en het uithalen van capriolen intenser beleven door de alcohol. Daarnaast vinden ze het spannend dat de kans bestaat om gepakt te worden door de politie en voelen ze een kick wanneer ze niet aan de kant gezet worden. Ook vinden ze het leuk om deze ervaringen te kunnen delen met de vrienden die bij ze zijn.

    Ervaren kwetsbaarheid
    Bij de beslissing om te rijden onder invloed van alcohol maken jongeren een inschatting over de kans op een ongeluk en lichamelijk letsel. Jongeren schatten de kans op een ongeluk en lichamelijk letsel bij zichzelf minder groot in dan voor een andere verkeersdeelnemer. Uit ander onderzoek blijkt dat jongeren die onder invloed rijden het aanzienlijk minder gevaarlijk vinden om na het drinken van alcohol achter het stuur te stappen, vergeleken met jongeren die niet onder invloed rijden (62% vs. 87%).

    Fietsers

    Voor jongeren is fietsen onder invloed vaak normaal gedrag. Het wordt als maatschappelijk geaccepteerd gezien[vi]. De fiets is vaak het enige beschikbare vervoersmiddel in de nacht, aangezien:

    • De afstanden te groot zijn om te lopen;
    • Taxi’s als te duur worden ervaren;
    • Openbaar vervoer vaak niet rijdt[vii].

    Jongeren denken niet altijd bewust na over de keuze om te fietsen onder invloed. Ze onderschatten de risico’s en overschatten hun eigen vaardigheden, ondanks dat de helft van de jongeren aangeeft ooit een fietsongeluk te hebben meegemaakt. Negatieve ervaringen – zoals valpartijen of getuige zijn van een ongeluk – maken weinig indruk. Ze worden als ‘normaal’ beschouwd. Ook zijn veel jongeren zich niet bewust van de regels en boetes die gelden voor fietsen onder invloed.

    Scooter

    Uit onderzoek van TeamAlert blijkt dat jongeren vaker onder invloed rijden op een deelscooter dan op een eigen scooter. De redenen:

    • Deelscooters zijn sneller dan fietsen of lopen;
    • Ze zijn gemakkelijk beschikbaar en goedkoper dan taxi’s;
    • Jongeren denken dat een paar drankjes hun rijvaardigheid niet beïnvloeden.

    Sommige jongeren vinden het rijden op een deelscooter onder invloed zelfs leuk of avontuurlijk. Ze voelen minder verantwoordelijkheid voor een deelscooter dan voor een eigen voertuig. Een kwart van de gebruikers zegt minder voorzichtig te zijn met een deelscooter omdat deze niet van hen is. Bovendien verwachten zij weinig persoonlijke consequenties bij schade, omdat aanbieders vaak goed verzekerd zijn.

  • Welke (wettelijke) maatregelen omtrent alcohol zijn er genomen om de veiligheid van jongeren in het verkeer te bevorderen?

    Wettelijke maatregelen

    Verlaagde alcohollimiet voor beginnende bestuurders

    Sinds 2006 geldt in Nederland een verlaagd alcohollimiet van 0,2 g/l voor beginnende bestuurders. Hoewel in de jaren na de invoering (2006–2017) een daling te zien was in het alcoholgebruik van jonge automobilisten tijdens weekendnachten, daalde het alcoholgebruik niet sterker dan bij oudere bestuurders. Dit wijst erop dat de verlaging van de limiet mogelijk niet de enige of voornaamste oorzaak was van de afname[i]. In de jaren daarna is het aantal overtreders onder beginnende bestuurders bovendien toegenomen: in 2022 bedroeg dit 3,7%, een flinke stijging ten opzichte van 2,3% in 2019. De meeste beginnende bestuurders bliezen tussen de 0,2 en 0,5 promille (1,1% in 2022), maar het aandeel zware drinkers (>1,3 promille) steeg eveneens aanzienlijk, van 0,3% in 2019 naar 0,8% in 2022.

    Na invoering van het verlaagde limiet daalde het aandeel 18- tot 24-jarigen onder de alcoholslachtoffers in de verkeersstatistieken niet. Integendeel: van 24,6% in 2004/2005 steeg dit naar 28,4% in 2008[ii]. Een mogelijke verklaring hiervoor is de relatief lage pakkans bij overtredingen onder deze doelgroep.

    Educatieve maatregelen

    Bestuurders die betrapt worden op rijden onder invloed kunnen een educatieve maatregel opgelegd krijgen van het CBR. Er bestaan twee varianten: de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol (LEMA) en de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA). De LEMA is bedoeld voor beginnende bestuurders met een bloedalcoholgehalte tussen 0,2 en 0,8 g/l en bestaat uit twee sessies van 3,5 uur. Uit evaluatie blijkt echter dat de LEMA geen aantoonbaar effect heeft op het verminderen van recidive[iii].

    De EMA is een intensievere cursus voor bestuurders met een bloedalcoholgehalte tussen 0,8 en 1,3 g/l. Deze bestaat uit een hele cursusdag en twee bijeenkomsten van vier uur, gevolgd door een individueel gesprek. Uit onderzoek blijkt dat de EMA wel bijdraagt aan het verminderen van herhaling van rijden onder invloed[iv]. Beide cursussen worden in groepsverband gegeven, met ruimte voor reflectie en het uitwisselen van ervaringen.

    Alcoholslot

    Een alcoholslot is een startonderbreker in de auto die pas geactiveerd wordt na een negatieve blaastest. Het systeem maakt meestal deel uit van een breder educatief of medisch programma. Onderzoek laat zien dat het gebruik van een alcoholslot tijdens deelname leidt tot 75% minder recidive[v], en ook het aantal fatale ongevallen neemt af in gebieden waar het alcoholslot wordt ingezet[vi],[vii].

    Sinds 2015 wordt het alcoholslot in Nederland echter niet meer opgelegd vanwege lage verwachte deelname, hoge kosten en fraudegevoeligheid. In maart 2023 gaf de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan opnieuw onderzoek te doen naar herinvoering, mede omdat moderne auto’s steeds vaker geschikt zijn voor een alcoholslot en de implementatie daardoor goedkoper is geworden[ix].

    Continue monitoring van alcoholgebruik
    Bij een opgelegd alcoholverbod, bijvoorbeeld na rijden onder invloed, kan de naleving worden gecontroleerd via blaastests, bloed- of urineonderzoek. Omdat dit slechts momentopnames zijn, kunnen overtredingen plaatsvinden tussen de controles door. Sinds 2020 wordt in Nederland daarom ook gewerkt met enkelbanden die via transpiratie continu alcoholgebruik meten[x].

    Twee Nederlandse pilotstudies tonen aan dat deelnemers met een alcoholenkelband tijdens de draagperiode minder vaak in politieregistraties voorkomen (10%) dan de controlegroep met alleen urinecontroles (51%). Dit verschil bleef bestaan tot drie maanden na het verwijderen van de band (17% vs. 52%). In de VS bleek uit onderzoek dat overtreders die een alcoholband droegen nauwelijks opnieuw reden onder invloed en als ze dat wel deden, gebeurde dit later dan bij de controlegroep[xi].

     

  • Hoe kan de veiligheid van jongeren in het verkeer omtrent alcohol verder bevorderd worden?

    Het hoge ongevalsrisico van jongeren die deelnemen aan het verkeer onder invloed van alcohol onderstreept het belang van het verminderen van dit risicogedrag van jongeren. Deels worden hiervoor al maatregelen ingezet (de lagere alcohollimiet, educatieve maatregelen, Bob-campagne en alcoholcontroles). In de volgende paragrafen wordt toegelicht hoe deze maatregelen uitgebreid of aangevuld kunnen worden.

    Pakkans verhogen

    Verkeershandhaving, het bekeuren van overtreders, is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse aanpak om de verkeersveiligheid te verhogen. Het succes hiervan wordt bepaald door de objectieve pakkans (de feitelijke kans om betrapt te worden) en de subjectieve pakkans (de inschatting die verkeersdeelnemers maken van deze kans)[i].

    De objectieve pakkans verhogen

    Meer alcoholcontroles kunnen leiden tot een daling van alcoholgerelateerde ongevallen met ongeveer 17%[i]. Het inzetten van meer controles kan dus effectief zijn om jongeren te betrappen en te ontmoedigen om onder invloed te rijden. Een nadeel is echter dat automobilisten steeds vaker alcoholcontroles weten te ontwijken, bijvoorbeeld doordat zij via apps en sociale media worden gewaarschuwd[ii]. Hierdoor is het aantal grootschalige alcoholcontroles de afgelopen jaren gedaald. Effectiever is het om bestuurders aan te houden die door opvallend rijgedrag, zoals slingerend rijden, de aandacht trekken (NOS, 2019).’

    De subjectieve pakkans verhogen

    De subjectieve pakkans is vaak lager bij jongeren omdat zij denken goed te kunnen rijden en niet verwachten aangehouden te worden. Het verhogen van deze inschatting lijkt daarmee effectiever dan het enkel verhogen van het aantal controles. Regelmatige, goed zichtbare en moeilijk voorspelbare controles zijn hierbij essentieel. Het delen van verhalen, cijfers en ervaringen rondom aanhoudingen in de media helpt ook om de pakkans meer ‘voelbaar’ te maken, waardoor preventie kan optreden.

    Een norm gericht op nuchter rijden of alternatief vervoer regelen in vriendengroepen
    Sociale normen geven aan wat binnen een groep sociaal acceptabel gedrag is. Voor jongeren is dit bijzonder belangrijk, omdat zij gedrag van leeftijdsgenoten volgen en waarderen. De Bob-campagne heeft bijgedragen aan een negatieve houding ten opzichte van rijden onder invloed, maar veel jongeren zien het toch als normaal binnen hun eigen vriendengroepen en ervaren het samen rijden onder invloed als een sociale activiteit. Hierdoor worden jongeren niet aangesproken op hun gedrag en zijn ze sneller geneigd om onder invloed te rijden. Het is daarom van belang het gesprek aan te gaan met jongeren en hun vriendengroepen. Jongeren kunnen op deze wijze elkaar overtuigen van het belang van nuchter rijden of alternatief vervoer regelen en hier met elkaar afspraken over maken. Voorbeelden van dit soort interventies zijn Bobzone/Bobtival, Escapabel en StreetTalk van TeamAlert. 

    Een lager alcohollimiet voor (beginnende) bestuurders
    Beginnende bestuurders lopen meer risico onder invloed te rijden dan ervaren bestuurders, wat deels komt door hun onervarenheid en een lagere alcoholtolerantie. Daarom is in 2006 de limiet voor beginnend bestuurders verlaagd naar 0,2 promille. Er wordt echter gepleit voor een nog strengere aanpak, zoals een nul-tolerantiebeleid voor alle bestuurders of in ieder geval voor beginners[iii]. Het Europees Parlement heeft in 2021 een wetsvoorstel ingediend om alcohol in het verkeer volledig te verbieden. Een nul-limiet scheidt autorijden volledig van alcoholgebruik, biedt duidelijke grenzen en kan leiden tot minder alcoholgebruik bij jongeren. Om een nul-limiet succesvol te laten zijn, is het belangrijk om draagvlak onder jongeren te creëren door hen bewust te maken van de risico’s via dialoog en campagnes.

    Preventie nog voordat jongeren hun rijbewijs hebben
    Veel jongeren rijden onder invloed omdat zij nog nooit negatieve consequenties hebben ervaren. Hoe vaker zij dit doen, hoe groter de kans is dat ze het blijven doen. Preventie is daarom essentieel voordat jongeren hun rijbewijs hebben. Interventies op middelbare scholen kunnen gericht zijn op het versterken van zelfcontrole en het bijstellen van de sociale norm zonder expliciet te focussen op alcohol, zodat jongeren niet nieuwsgierig worden naar drinken[i]. Zelfcontrole helpt jongeren om veilige en verantwoorde keuzes te maken in het verkeer en daarbuiten. Een voorbeeld van een preventieve interventie gericht op het trainen van zelfcontrole is The Day After van TeamAlert.

    Samenwerking tussen het gezondheidsdomein en het verkeersdomein
    Het Trimbos-instituut deed een verkenning van de preventiemogelijkheden van rijden onder invloed[ii]. Samenwerking tussen de domeinen van gezondheid en verkeersveiligheid biedt kansen om rijden onder invloed te voorkomen. Concrete aanknopingspunten die genoemd worden zijn:

    • Binnen behandelprotocollen het thema voorkomen van rijden onder invloed toevoegen, voor zowel de cliënten als voor naasten;
    • Aansluiting zoeken bij de programmalijn preventie van Verslavingskunde Nederland en verslavingsreclassering Nederland.

    Campagnes

    Bob-campagne

    Sinds 2001 wordt in Nederland de Bob-campagne gevoerd door de Rijksoverheid[i]. Deze campagne stimuleert mensen om vooraf afspraken te maken over wie nuchter blijft, en benadrukt dat rijden onder invloed sociaal onacceptabel is. De boodschap wordt regelmatig vernieuwd om relevant te blijven voor de doelgroep.

    Campagne ‘Trapper niet in!’
    De campagne ‘Trapper niet in!’ maakt jongvolwassenen (18 t/m 34 jaar) bewust van de risico’s van fietsen onder invloed van alcohol[ii]. De campagne is gebaseerd op het onderzoek van VeiligheidNL, waaruit blijkt dat het aantal slachtoffers dat na het drinken van alcohol door een fietsongeval op de SEH beland, in de afgelopen tien jaar met 84% is gestegen. Wekelijks worden er 40 fietsers met hersenletsel op de SEH behandeld.

     

     

Deze projecten sluiten aan bij deze factsheet

Rijden onder invloed

Met verschillende projecten maakt TeamAlert jongeren in de leeftijd van 12 t/m 24 jaar bewust van de gevaren van rijden onder invloed.

Bobtival

Bobtival maakt feestende jongeren bewuster van de risico’s die zij lopen in het verkeer met betrekking tot alcohol.

Bobzone

Eén op de vijf jonge mannen rijdt wel eens onder invloed van te veel alcohol. Daarom heeft TeamAlert het project Bobzone ontwikkeld!

The Day After

Met het project The Day After maakt TeamAlert jongeren bewust van het belang van zelfcontrole, om in de toekomst verleidingen te kunnen weerstaan.

StreetTalk

Met het project StreetTalk zorgt TeamAlert, door middel van quizvragen, spellen en opdrachten, voor een juiste sociale norm in de groep: nuchter zijn in het verkeer is normaal.

Escapabel

TeamAlert heeft in samenwerking met studenten en studentenverenigingen een escaperoom ontwikkeld. Wie de regels en risico’s kent rondom drugs en alcohol in het verkeer, kraakt de code en komt veilig thuis.

Onderzoek: jongeren en eerste keer rijden onder invloed

Om meer inzicht te krijgen in de beweegredenen van jongeren om voor de eerste keer te rijden onder invloed, heeft TeamAlert 21 diepte-interviews gehouden met autobestuurders van 18 tot en met 30 jaar die wel eens onder invloed hebben gereden.

Rijles onder invloed

Uit onderzoek van TeamAlert naar cannabisgebruik in het verkeer (2024) blijkt dat een kleine groep jongeren rijles volgt onder invloed van cannabis. In combinatie met recente incidenten waarbij meerdere leerlingen onder invloed bleken tijdens rijlessen, werpt dit serieuze vragen op over het middelengebruik onder beginnende bestuurders tijdens hun rijopleiding.

1/5

Een onderzoek laten uitvoeren?

Graag!