
Bij ongeveer een derde van de dodelijke verkeersongevallen speelt te hard rijden een rol (SWOV, 2021). Jonge, onervaren automobilisten lopen daarbij een verhoogd risico: zij hebben vier keer zoveel kans op een ernstig ongeval als ervaren bestuurders, waarbij snelheid een belangrijke factor is (SWOV, 2005).
In deze factsheet wordt de huidige kennis over jongeren en snelheid in het verkeer beschreven. Aan de hand van negen vragen wordt verkend welke risico’s snelheid met zich meebrengt voor jongeren, wie daarbij het vaakst slachtoffer zijn, welke beweegredenen jongeren hebben om te hard te rijden en welke maatregelen mogelijk bijdragen aan veiliger verkeersgedrag. De factsheet richt zich op jongeren tussen de 12 en 24 jaar, met extra aandacht voor de leeftijdsgroep van 18 tot en met 24 jaar, omdat zij zelfstandig mogen autorijden. Hoewel er is geprobeerd een breed beeld te geven over verschillende vervoersmiddelen, ligt de nadruk in de literatuur vooral op automobilisten. De informatie uit de factsheet is gebaseerd op wetenschappelijke artikelen, rapporten van kennisinstituten en onderzoeken van TeamAlert.
Definitie te hard rijden in het verkeer
Te hard rijden betekent dat een bestuurder de geldende snelheidslimiet overschrijdt, wat wettelijk verboden is. Deze limieten verschillen per type weg en zijn ingesteld om verschillende redenen[i]:
Te hard rijden betekent niet alleen het overschrijden van de wettelijke snelheidslimiet, maar ook het rijden met een snelheid die niet past bij de omstandigheden. Zo kan een snelheid die binnen de limiet valt toch onveilig zijn bij bijvoorbeeld drukte op de weg.
De snelheidslimieten in Nederland
In Nederland gelden verschillende snelheidslimieten[iv].
Automobilisten
Scooters
Voor brom- en snorfietsers gelden specifieke snelheidslimieten. Snorfietsen mogen maximaal 25 km/u rijden, terwijl bromfietsen een maximumsnelheid van 45 km/u hebben. Binnen de bebouwde kom mogen bromfietsers op het fiets-/bromfietspad echter niet harder dan 30 km/u rijden, en buiten de bebouwde kom geldt daar een limiet van 40 km/u. Daarnaast verschilt het per gemeente of brom- en snorfietsers gebruik moeten maken van het fietspad of de rijbaan; meestal rijden snorfietsers op het fietspad en bromfietsers op de rijbaan.
Fietsers
Voor fietsers geldt in het algemeen geen officiële maximumsnelheid. Uitzonderingen zijn er in 30 km/u-zones en op woonerven, waar respectievelijk een limiet van 30 km/u en 15 km/u geldt. In de praktijk worden fietsers vooral beboet voor gevaarlijk gedrag waarbij snelheid een rol speelt. Elektrische fietsen vallen onder dezelfde regelgeving als gewone fietsen, tenzij ze zijn opgevoerd. Opvoeren is verboden en kan leiden tot een boete van €320.
Lees meer over elektrische fietsen in de Factsheet Jongeren en de elektrische fiets
Speedpedelecs vallen tussen fietsen en scooters in, hier gelden dus ook andere regels voor:
Voetgangers
Voor voetgangers geldt hetzelfde als voor fietsers, al is dit alleen een theoretische toegestane maximumsnelheid, aangezien een voetganger niet snel de snelheid van 30 of zelfs 50 km/u zal halen.
Het bepalen van de snelheidslimiet
Er is in Nederland geen vaste manier om de snelheidslimiet van een weg te bepalen. Wat meespeelt zijn de functie en de ligging van een weg (binnen of buiten de bebouwde kom). Er wordt dus per weg bekeken wat een goede snelheid zou kunnen zijn. Tabel 1 toont veilige snelheden voor een aantal wegtypen.
|
|
Veilige snelheid |
|
Wegen waar conflicten tussen auto’s en onbeschermde verkeersdeelnemers mogelijk zijn |
30 km/u |
|
Kruisingen met mogelijke dwars- en frontale conflicten tussen auto’s |
50 km/u |
|
Wegen met mogelijk frontale conflicten tussen auto’s |
70 km/u |
|
Wegen waar frontale en zijdelingse conflicten met anderen onmogelijk zijn |
100 km/u |
Tabel 1: Veilige snelheden voor enkele wegtypen en potentiële conflicten.
Te hard rijden onder jongeren
Uit onderzoek van TeamAlert en Ruigrok blijkt dat 86% van de jongeren tussen 18 en 24 jaar weleens te hard rijdt. Mannen doen dit vaker dan vrouwen, vooral op 80 km/u-wegen (74% vs. 63%) en op de snelweg met meer dan 10 km/u overschrijding (16% vs. 7%)[i]. Recenter onderzoek uit 2022 onder jongeren van 16 tot 24 jaar laat zien dat de helft bewust te hard rijdt[ii]. Ook cijfers van het CBS tonen aan dat jongeren vaker snelheidsboetes krijgen dan oudere bestuurders; het aandeel bekeurde autobezitters daalt met de leeftijd (zie Figuur 1)[iii].

Figuur 1. Personenauto's met minimaal één snelheidsboete naar leeftijd.
In Figuur 2 is te zien dat de gemiddelde overschrijdingssnelheid hoger ligt bij jongeren dan bij meer ervaren bestuurders. Hard rijden lijkt dus bij beginnende bestuurders een grotere rol te spelen dan bij ervaren automobilisten.

Figuur 2. Gemiddelde overschrijdingssnelheid naar leeftijd.
Slachtoffers te hoge snelheid
Bij ongeveer een derde van de dodelijke verkeersongevallen speelt te hard rijden een rol. Beginnende bestuurders lopen vier keer meer risico op een ongeval dan ervaren bestuurders, waardoor zij waarschijnlijk vaker betrokken zijn bij snelheidsongevallen.
Jongeren rijden meestal niet extreem hard, maar vaak te snel voor de omstandigheden – bijvoorbeeld in bochten. Dit duidt minder op een gebrek aan voertuigbeheersing en meer op een tekort aan hogere orde vaardigheden, zoals gevaarherkenning en zelfinschatting[i]. Daarnaast zijn jongeren gevoeliger voor afleiding. Brits onderzoek wijst erop dat niet alleen onervarenheid, maar ook bewust risicogedrag, zoals ‘lekker hard rijden’, bijdraagt aan ongevallen[ii].
Cijfers over de exacte rol van snelheid bij ongevallen zijn beperkt. Snelheid is vaak moeilijk achteraf vast te stellen en speelt vaak mee als onderdeel van bredere fouten zoals afleiding, alcoholgebruik of onoplettendheid. Dit maakt het lastig om snelheid eenduidig als hoofdoorzaak aan te wijzen, waardoor schattingen hierover uiteenlopen.
Ongevalsrisico
De overheid schat dat in circa 30% van de dodelijke verkeersongevallen een te hoge of niet-aangepaste snelheid een rol speelt[i]. Bovendien leidt een hogere snelheid vrijwel altijd tot een ernstigere afloop van het ongeval. Zo overleeft een voetganger een aanrijding bij 30 km/u in 95% van de gevallen, terwijl dat bij 50 km/u nog maar 60% is, en bij 80 km/u slechts 5%[ii]. Een voorrangsfout bij 30 km/u leidt dus waarschijnlijk tot wat blikschade, maar bij 80 km/u is de kans op (ernstige) gewonden of dodelijke afloop al zeer groot. In 2024 vonden bovendien 23% van de verkeersdoden plaats op wegen met een maximumsnelheid van 50 km/u en 19% bij 80 km/u [iii].
Ongevalsrisico per snelheidslimiet
In Figuur 3 is het aantal verkeersdoden naar snelheidslimiet te zien. Hieruit wordt duidelijk dat de meeste dodelijke slachtoffers vallen op 50-wegen[i]. Er is geen directe link te zien met snelheid, maar aangezien snelheid bij ongeveer 30% van de ongevallen een rol speelt, is het aannemelijk dat dit ook op 50 km/u wegen gebeurt[ii].

Figuur 3. Verkeersdoden 2024 naar snelheidslimiet.
In Tabel 2 zijn dodelijke verkeersslachtoffers af te lezen verdeeld naar de maximumsnelheid van de weg (2012-2021)[i]. Hier valt ook af te lezen dat de meeste ongelukken op 50 km/u- en 80 km/u-wegen plaatsvinden. Op dit soort wegen vinden verreweg de meeste dodelijke ongelukken plaats. Daarnaast is bekend dat op deze wegen het vaakst de toegestane snelheid verbroken wordt.
|
Maximumsnelheid weg |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
|
15 KM |
0 |
0 |
2 |
1 |
3 |
0 |
2 |
1 |
2 |
4 |
|
30 KM |
40 |
34 |
48 |
53 |
53 |
48 |
53 |
88 |
77 |
77 |
|
50 KM |
127 |
146 |
166 |
196 |
165 |
143 |
151 |
201 |
206 |
158 |
|
60 KM |
90 |
78 |
86 |
99 |
109 |
101 |
96 |
114 |
118 |
124 |
|
70 KM |
14 |
11 |
9 |
11 |
16 |
8 |
6 |
18 |
13 |
8 |
|
80 KM |
145 |
145 |
135 |
128 |
141 |
142 |
135 |
142 |
130 |
129 |
|
90 KM |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 |
1 |
0 |
0 |
0 |
|
100 KM |
19 |
27 |
38 |
28 |
32 |
38 |
41 |
60 |
40 |
47 |
|
120 KM |
30 |
30 |
20 |
19 |
16 |
5 |
2 |
2 |
2 |
4 |
|
130 KM |
32 |
20 |
27 |
30 |
28 |
14 |
7 |
14 |
20 |
15 |
|
ONBEKEND |
34 |
42 |
4 |
33 |
23 |
15 |
15 |
15 |
0 |
0 |
|
TOTAAL |
531 |
533 |
535 |
598 |
586 |
515 |
509 |
655 |
608 |
566 |
Tabel 2. Verkeersdoden per type weg.
Het effect van snelheid op verkeersveiligheid
Een hogere rijsnelheid vergroot de kans op ongevallen en de ernst van letsel, doordat de impact bij een botsing toeneemt, de reactietijd afneemt en de remweg langer wordt. Bij een stijgende gemiddelde snelheid op een weg neemt zowel het aantal als de ernst van ongevallen toe. Niet alleen de absolute snelheid is van belang; ook snelheidsverschillen vergroten het risico, omdat ze leiden tot meer inhaalmanoeuvres en rijbaanwisselingen.
Verschillende wegen
Verschillende wegkenmerken zijn van invloed op de relatie tussen snelheid en de kans op een ongeval:
Het aantal ongevallen neemt daarnaast toe wanneer de gemiddelde snelheid op een weg toeneemt. Hoe harder er gereden wordt, hoe meer kans er bestaat op een ongeval. Hoe lager deze snelheid ligt, hoe kleiner de kans wordt op een ongeval. Verder is het effect van een snelheidsverhoging of -verlaging op wegen buiten de bebouwde kom naar verhouding groter dan op wegen binnen de bebouwde kom[ii] .
Het effect van snelheidsverschillen op de verkeersveiligheid
Grote snelheidsverschillen tussen voertuigen verhogen het risico op verkeersongevallen. Hoe kleiner de spreiding in snelheid, hoe veiliger de weg. Wegen met veel snelheidsvariatie zijn onveiliger dan wegen met een constante snelheid. Vooral voertuigen die sneller rijden dan het gemiddelde op een weg lopen meer ongevalsrisico; langzamer rijden blijkt geen invloed te hebben op het risico.
Motieven en houding van jongeren om te hard te rijden
TeamAlert onderscheidt onder jongeren die te hard rijden twee groepen: riskante racers en ongeduldige overtreders.
Riskante racers rijden bewust te hard omdat ze het spannend vinden en er plezier aan beleven. Vooral jongens geven aan dat ze hard rijden leuk vinden (23%) of er een kick van krijgen (11%). Voor deze groep is snelheid een vorm van zelfexpressie en status. Ze rijden sneller met vrienden dan met ouderen of kinderen, en passen hun rijstijl aan op wie er meerijdt[i]. Bepaalde wegen, zoals lange rechte stukken, nodigen uit tot hard rijden, en jongeren met weinig impulscontrole nemen sneller risico’s[ii]. Jongeren maken soms gebruik van verkeersapps om flitslocaties te achterhalen, zodat ze weten waar ze harder kunnen rijden. Ruim driekwart (77%) van de jongeren geeft aan wel eens te hard te rijden op wegen waar geen flitsers staan, tegenover slechts 16% op wegen waar wél geflitst wordt[iii].
Ongeduldige overtreders rijden vaak onbewust te hard, bijvoorbeeld door mee te gaan in het tempo van anderen of door de maximumsnelheid niet precies te kennen. Tijdsdruk is een belangrijke drijfveer, al levert te hard rijden meestal maar een paar minuten tijdwinst op. Ook groepsdruk speelt een rol, vooral bij het rijden met vrienden[iv].
Toch zijn er ook motieven om zich wél aan de snelheid te houden. Zowel riskante racers als ongeduldige overtreders noemen het vermijden van boetes, behoud van het rijbewijs en brandstofbesparing als redenen om rustiger te rijden. Ook passen zij hun rijgedrag aan in het bijzijn van passagiers, bij slecht weer, in schoolzones of op onbekende wegen. Riskante racers remmen hun rijstijl bovendien af als het uitzicht mooi is of wanneer ze zich bewust zijn van het effect op anderen. Ongeduldige overtreders zijn vaak meer intrinsiek gemotiveerd om zich aan de regels te houden en rijden doorgaans slechts iets te hard.
Houding ten opzichte van te hard rijden
Hoewel 90% van de jongeren verkeersveiligheid belangrijk vindt en 69% te hard rijden als risicovol beschouwt, overschrijdt een groot deel regelmatig de limiet. Eén op de vijf jongeren vindt te hard rijden acceptabel, zolang andere verkeersregels worden nageleefd en rekening wordt gehouden met kwetsbare verkeersdeelnemers. Die houding komt vaker voor bij mannen en jongeren van 18–20 jaar. Ook vindt 20% het verantwoord om bij wegwerkzaamheden harder te rijden als er aandacht is voor de veiligheid van de wegwerkers, en 12% vindt snelheidsovertredingen acceptabel zolang niemand in de auto bezwaar maakt. Voor ongeveer een kwart van de jongeren is het normaal in hun sociale omgeving om af en toe te hard te rijden.
Al met al zien veel jongeren het overschrijden van de snelheidslimiet niet als een ernstige overtreding, zolang ze alert blijven en verder de verkeersregels respecteren.
Jongeren vinden het belangrijk op welke weg ze te hard rijden en of dat gevaarlijk is. Zo beschouwt ongeveer één op de tien jongeren het rijden van meer dan 40 km/u boven de toegestane snelheid op de snelweg niet als gevaarlijk. Binnen de bebouwde kom ligt dat anders: daar zorgen kleinere snelheidsverschillen ervoor dat 40 km/u te hard ineens als extreem riskant wordt ervaren. Jongeren geven aan vooral op de snelweg sneller te rijden, omdat hier hogere snelheden makkelijker gehaald kunnen worden. In de bebouwde kom vinden zij harder rijden zowel gevaarlijker als lastiger.
Daarnaast vindt ruim zeven op de tien jongeren het veilig om tot 10 km/u harder te rijden dan de maximale snelheid, zowel op 80 km/u-wegen als op de snelweg. Uit de doelgroepanalyse van TeamAlert blijkt dat jongeren die soms te hard rijden dit op verschillende typen wegen doen, van 30- tot 130 km/u-wegen. Er lijkt geen wegtype te zijn waarop deze groep niet te hard rijdt[i].
Boetes
Het overschrijden van de maximumsnelheid is strafbaar en kan leiden tot een boete. De hoogte van de boete (exclusief €9 administratiekosten) kan oplopen tot €435, afhankelijk van de snelheid en locatie van de overtreding[i]. Harder rijden binnen de bebouwde kom levert hogere boetes op vanwege het grotere gevaar[ii]. Bij snelheidsovertredingen van meer dan 30 km/u (40 km/u op de snelweg) volgt een OM-strafbeschikking24.
Bestuurders die extreem te hard rijden, kunnen verplicht worden een cursus Gedrag en Verkeer (EMG) te volgen. Deze cursus is bedoeld voor bestuurders die gevaarlijk rijgedrag vertonen, bijvoorbeeld bij meer dan 50 km/u te hard binnen de bebouwde kom. Weigering leidt tot intrekking van het rijbewijs[iii].
Jonge beginnende bestuurders
Beginnende bestuurders krijgen een beginnersrijbewijs met een strafpuntensysteem. Zij worden strenger gestraft dan ervaren bestuurders om overtredingen terug te dringen. Zo krijgen zij al strafpunten bij een snelheidsovertreding van meer dan 30 km/u (40 km/u op de snelweg), terwijl dit bij ervaren bestuurders pas bij 50 km/u het geval is[iii].
Snelheidslimieten
Snelheidslimieten zijn essentieel om te hoge snelheden te voorkomen en variëren per type weg en verkeerssituatie. Hoe meer verschillende weggebruikers en mogelijke conflicten, hoe lager de limiet doorgaans is[i]. Voor naleving is het belangrijk dat de limiet geloofwaardig is en aansluit bij de verwachtingen die weggebruikers hebben, bijvoorbeeld bij lange, rechte of brede wegen[ii]. Goede communicatie van de snelheidslimiet voorkomt dat weggebruikers deze niet kennen.
Snelheidsremmers
Fysieke snelheidsremmers zoals drempels, wegversmallingen, plateaus en rotondes dwingen bestuurders tot rustiger rijden[i]. Daarnaast helpen ingebouwde systemen in auto’s, zoals ISA en ADAS, om snelheidsovertredingen te beperken.
Politietoezicht
Verhoogd politietoezicht of de perceptie daarvan zorgt voor meer bewustzijn en naleving van snelheidsregels door een hogere subjectieve pakkans[i],[ii].
Educatie
Voorlichting en educatie spelen een belangrijke rol in gedragsverandering. Programma’s gericht op jongeren en beginnende bestuurders kunnen hen bewust maken van de risico’s van te hard rijden en zo veiliger rijgedrag stimuleren.
Sociale norm
Een sociale norm bepaalt welk gedrag binnen een groep als acceptabel wordt gezien. Voor jongeren is het belangrijk dat hun leeftijdsgenoten hetzelfde gedrag vertonen en waarderen[i]. Het bevordert dat mensen zich realiseren welk gedrag verwacht wordt en durven elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag[ii]. Het ontwikkelen van een nieuwe sociale norm vraagt tijd en een brede aanpak, maar is effectief in gedragsverandering[iii]. Omdat jongeren vooral met vrienden vaker te hard rijden, is het belangrijk jongeren en hun vriendengroepen te betrekken om samen afspraken te maken over veilig rijden. Voorbeelden van interventies zijn Blikveld en StreetTalk van TeamAlert.
Subjectieve pakkans vergroten
Jongeren denken vaak dat ze goed rijden en daardoor weinig kans hebben op een boete. Het vergroten van de subjectieve pakkans — de inschatting dat je gepakt kunt worden — blijkt effectiever dan alleen meer politiecontroles[i]. Controles moeten regelmatig, zichtbaar en onvoorspelbaar zijn. Het delen van controlecijfers en ervaringsverhalen versterkt dit effect.
Leren omgaan met groepsdruk en zelfcontrole trainen
Te hard rijden hangt vaak samen met groepsdruk. Het project Muurvast helpt jongeren om groepsdruk te weerstaan en zo veiliger te rijden. Ook ontbreekt het jongeren soms aan zelfbeheersing, wat leidt tot risicogedrag zoals driften. Het project The Day After richt zich op het verbeteren van zelfcontrole, zodat jongeren hun impulsen beter kunnen beheersen.
Stimuleren van ADAS en ISA
ADAS en ISA kunnen jongeren helpen om hun snelheid onder controle te houden. Omdat jongeren vaak niet doorhebben hoe hard ze rijden of wat de limiet is, ondersteunen deze systemen het naleven van de snelheid[ii]. Door regelmatig met deze systemen te rijden, ontstaat een gewoonte om zich aan de limiet te houden.
Inspelen op motieven van jongeren
Interventies zijn effectiever wanneer ze aansluiten bij de motieven van jongeren. Veel jongeren noemen het besparen van benzinekosten en boetes als reden om zich aan de snelheid te houden. Deze motieven, zoals beschreven onder de vraag “Wat zijn motieven voor jongeren om te hard te rijden?” kunnen goed worden benut in communicatiecampagnes en interventies om jongeren te bereiken.
Verbeteren van de hoge orde vaardigheden
Het ontwikkelen van hogere orde cognitieve vaardigheden – zoals zelfbewustzijn, gevaarherkenning en risicobewustzijn – draagt aantoonbaar bij aan het verlagen van het ongevalsrisico bij verkeersdeelnemers. Van deze vaardigheden is gevaarherkenning het meest direct te trainen. Dit gebeurt effectief via foto- en videotrainingen waarin bestuurders leren om potentieel gevaarlijke situaties tijdig te signaleren en hier adequaat op te reageren.
Door gevaar tijdig te signaleren, ontstaat een sterker besef van het belang van gepaste snelheid. Foto- en videotrainingen leren bestuurders om gevaren in het verkeer te herkennen én de juiste reactie te kiezen, zoals het tijdig minderen van snelheid. Deze trainingen verlagen het risico op ongevallen en op risicovol rijgedrag, waaronder te hard rijden. Het effect is aangetoond bij zowel jonge mannen als vrouwen.
In het project Blikveld van TeamAlert wordt gebruikgemaakt van videotoetsen gericht op automobilisten, elektrische fietsers en scooterbestuurders. Deze aanpak leidt tot aantoonbare verbeteringen in kijkgedrag en gevaarherkenning, zowel op korte als langere termijn. Deelnemers scoren na afloop van de training vergelijkbaar met ervaren bestuurders.