
Onervaren verkeersdeelnemers lopen een groter risico op verkeersongevallen, vooral door een gebrek aan vaardigheden en ervaring met nieuwe vervoersmiddelen of verkeerssituaties. In deze factsheet wordt ingegaan op de gevolgen daarvan en hoe de veiligheid van onervaren verkeersdeelnemers bevorderd kan worden. TeamAlert richt zich binnen het thema onervaren verkeersdeelnemers op jonge beginnende bestuurders van auto’s en scooters (brom- en snorfietsen). Deze factsheet zoomt specifiek in op jonge beginnende autobestuurders, hierna ‘beginnende bestuurders’ genoemd.
Aan de hand van negen kernvragen wordt inzicht gegeven in wie deze beginnende bestuurders zijn, hoe zij hun start in het verkeer beleven, en welke risico’s en soorten ongevallen veel voorkomen. Ook wordt duidelijk waarom juist deze groep een verhoogd ongevalsrisico heeft, en welke aanpakken kunnen bijdragen aan het vergroten van hun verkeersveiligheid. De informatie uit de factsheet is gebaseerd op wetenschappelijke artikelen, rapporten van kennisinstituten en onderzoeken van TeamAlert.
Volgens de wet
Volgens de wet is iemand die voor het eerst een rijbewijs haalt automatisch beginnende bestuurder. De duur van deze status is afhankelijk van leeftijd en type rijbewijs[i]:
Andere definities van beginnende bestuurder
Naast de wettelijke termijn worden ook andere benaderingen gebruikt. Zo wordt soms gekeken naar het moment waarop het ongevalsrisico (het aantal ongevallen per afgelegde kilometer) stabiliseert: bij mannen rond 30 jaar, bij vrouwen rond 27 jaar. Internationaal geldt vaak <25 jaar als grens[ii].
De definitie die TeamAlert hanteert voor beginnende bestuurders is de volgende: bestuurders van gemotoriseerde voertuigen in de leeftijd van 15,5 jaar tot en met 24 jaar. Daaronder vallen automobilisten, bestuurders van brom- en snorfiets en motorrijders. Deze factsheet richt zich uitsluitend op beginnende autobestuurders.
Lees meer over jonge beginnende scooterrijders in de factsheet Jongeren als beginnende scooterrijders
Jongeren als beginnende autobestuurder
In totaal wonen er twee miljoen (2.782.678) jongeren van 16 t/m 24 jaar in Nederland[iii]. In 2024 hadden bijna één miljoen (995.275) jongeren van 16 t/m 24 jaar een autorijbewijs. Dit betekent dat bijna de helft van de jongeren van 16 t/m 24 jaar in Nederland beginnende autobestuurder is[iv].
Voor veel jongeren is het behalen van een rijbewijs een belangrijke mijlpaal, die gevoelens van vrijheid, status, veiligheid en controle oproept[i],[ii],[iii]. Wat het rijbewijs precies betekent, verschilt per individu[iv].
Vrijheid
Voor jongeren is vrijheid de belangrijkste motivatie om hun rijbewijs te halen: ze willen kunnen gaan en staan waar ze willen, zonder afhankelijk te zijn van anderen. Daarbij draait het niet alleen om feitelijke, maar ook om gevoelde onafhankelijkheid – een belangrijk ontwikkelingsaspect in de adolescentie. Interviews met zestien jonge bestuurders laten zien dat sommigen het rijbewijs nodig hebben voor werk of studie, terwijl anderen het vooral handig vinden of anticiperen op toekomstig gebruik.
Status
De mate waarin jongeren autorijden koppelen aan status verschilt. In een onderzoek onder 1584 jongeren (15–24 jaar) gaf ongeveer de helft de voorkeur aan een auto of scooter met een mooi uiterlijk, terwijl de andere helft vooral praktisch redeneert. Een derde vindt het imago van het automerk belangrijk. Statusgevoelens ontstaan doordat autorijden wordt geassocieerd met volwassenheid en aandacht kunnen krijgen, bijvoorbeeld door het type voertuig of een opvallende rijstijl.
Veiligheid en controle
Het behalen van het rijbewijs geeft jongeren een gevoel van controle en voldoening: ze kunnen zelfstandig rijden en ervaren dit als bewijs van rijvaardigheid. Toch vormen jonge bestuurders een risicogroep in het verkeer[v]. Mogelijk komt dit doordat bestuurders (jong en oud) hun rijvaardigheid vaak overschatten[vi]. Hoewel ze zichzelf als veilige chauffeurs zien, erkennen ze hun gebrek aan ervaring en beschouwen zelfstandig rijden als een belangrijke stap in hun ontwikkeling.
Jongeren
In Nederland vielen er in 2024 in totaal 675 verkeersdoden, waarvan 108 verkeersdoden onder jongeren van 12 tot en met 24 jaar. In 2024 zijn er 53 jongeren omgekomen als inzittenden van een personenauto. Van dit aantal waren 30 jongeren zelf de autobestuurder tijdens het verkeersongeval en 23 jongeren reisden als passagier. Dit betekent dat bijna 30% van alle verkeersdoden onder jongeren zelf aan het rijden was ten tijde van het ongeval.
Passagiers en de tegenpartij
Recente cijfers over de betrokken tegenpartijen bij ongevallen met jonge beginnende bestuurder zijn niet bekend. In 2015–2019 stierven gemiddeld 92 mensen per jaar bij dergelijke ongevallen, van wie 36% de beginnende bestuurder en 21% een passagier uit dezelfde leeftijdsgroep was[i].
Ongevalsrisico
Het ongevalsrisico, oftewel de kans op een ongeval per gereden kilometer, is voor jonge beginnende bestuurders (18–24 jaar) 4,5 keer hoger dan voor ervaren bestuurders (30–65 jaar). Dit risico is het hoogst in het eerste jaar na het rijbewijs en neemt af met meer rijervaring. Dit fenomeen geldt wereldwijd, waar jonge bestuurders direct na het halen van hun rijbewijs relatief vaak betrokken zijn bij ongevallen[i]. Een bestuurder heeft ruim vijf jaar rijervaring nodig totdat het ongevalsrisico niet verder meer daalt.
Trend
Tussen 1990 en 2013 daalde het ongevalsrisico voor automobilisten sterk door veiligheidsmaatregelen[ii]. Jonge beginnende bestuurders profiteerden hier echter niet van: het risico voor jonge mannen steeg van vier naar tien keer hoger dan dat van ervaren bestuurders, terwijl het risico voor vrouwelijke beginners ongeveer twee keer zo hoog bleef13. Na 2013 bleef het ongevalsrisico rond 400 doden per miljard kilometer stabiel[iii].
Twee belangrijke factoren die samenhangen met het hoge ongevalsrisico van beginnende bestuurders zijn gebrek aan rijervaring en leeftijd[i],[ii].
Gebrek aan rijervaring
Het opdoen van rijervaring is belangrijk om rijvaardigheid te ontwikkelen. Rijvaardigheid wordt deels bepaald door basisvaardigheden (zoals voertuigbeheersing en verkeersregels) en deels door hogere orde vaardigheden. Deze laatste omvatten cognitieve vaardigheden (zoals aandacht, gevaarherkenning en kalibreren) en sociaal-emotionele vaardigheden (zoals risicobewustzijn en zelfbewustzijn)[i],[ii]. Basisvaardigheden ontwikkelen sneller doordat beginnende bestuurders steeds meer automatisch handelen, terwijl hogere orde vaardigheden later groeien[iii]. Deze factsheet richt zich vooral op gevaarherkenning, kalibreren en zelfbewustzijn.
Gevaarherkenning
Gevaarherkenning houdt in dat iemand goed kan voorspellen hoe verkeerssituaties zich mogelijk tot gevaarlijke situaties ontwikkelen en hier vervolgens rekening mee houdt in het rijgedrag. Het gaat hierbij om een proces waarin de bestuurder:
Ervaren en ongevalsvrije bestuurders blijken vaak beter te zijn in gevaarherkenning dan beginnende bestuurders of degenen die bij een ongeval betrokken zijn geweest[i]. Gevaarherkenning verbetert meestal met meer rijervaring, maar ook training kan helpen. Zo kunnen foto- en videotrainingen bestuurders ondersteunen bij het herkennen van gevaren en het oefenen van passende reacties[ii].
Kalibreren
Tijdens het autorijden kan een bestuurder zelf de moeilijkheid van de taak beïnvloeden, bijvoorbeeld door langzamer te rijden of extra alert te zijn in drukke situaties. Deze afstemming van taakmoeilijkheid en eigen capaciteiten heet kalibreren[i]. Kalibreren vereist onder andere gevaarherkenning en zelfinzicht: de bestuurder beoordeelt de situatie, eigen kunnen en het risico dat hij wil nemen, en past zijn gedrag hierop aan[ii],[iii].
Vragenlijstonderzoek laat zien dat beginnende bestuurders hun snelheid minder vaak aanpassen in lastige situaties dan ervaren bestuurders, wat wijst op minder goede kalibratie[iv]. Ook uit ‘Naturalistic Driving’-onderzoek blijkt dat sommige beginnende bestuurders kalibratie verbeteren met ervaring, maar anderen niet[v]. Over de ontwikkeling van kalibratie is nog weinig bekend27.
Zelfbewustzijn
Om eigen kunnen en de taakmoeilijkheid goed op elkaar af te stemmen (kalibreren), is het van belang dat de bestuurder goed inzicht heeft in eigen kunnen en zijn sterke en zwakke punten kent. Dit wordt zelfbewustzijn genoemd. Zelfbewustzijn kan het best ontwikkeld worden door middel van meer rijervaring en systematische zelfreflectie[vi]. maar kan ook worden versterkt door coachende rijlessen[vii].Beginnende bestuurders hebben vaak direct na het halen van het rijbewijs een hoog zelfvertrouwen, maar naarmate ze meer ervaring opdoen, krijgen ze een realistischer beeld van hun rijvaardigheid. Dit zelfvertrouwen daalt in het eerste jaar en stijgt daarna weer[viii].
Hogere orde vaardigheden, zoals gevaarherkenning, kalibratie en zelfbewustzijn zijn vaardigheden waarvoor een goed ontwikkelde prefrontale cortex in het brein onmisbaar is. Het belang van hersenontwikkeling van jonge beginnende bestuurders wordt in de volgende paragraaf verder toegelicht.
Leeftijd
Jonge beginnende bestuurders hebben een hoger ongevalsrisico dan oudere beginnende bestuurders. Zo is binnen de groep 18- tot 24-jarigen te zien dat het beginrisico lager is als iemand op oudere leeftijd start met zelfstandig rijden. Het leeftijdseffect kan verklaard worden door de hersenontwikkeling van jongeren.
Jongeren reageren impulsiever
Het brein van jongeren is tot hun 25e nog in ontwikkeling, met name de frontale kwab, die verantwoordelijk is voor impulsbeheersing, vooruitdenken en het overzien van gevolgen. Hierdoor zijn jongeren impulsiever, gevoelig voor verleidingen en minder goed in staat om toekomstgerichte keuzes te maken dan volwassenen[i]. Dit verklaart waarom ze in het verkeer vaker risico's nemen, gevoelig zijn voor groepsdruk en moeite hebben met vaardigheden als aandacht verdelen, gevaarherkenning en risicobewustzijn.
Jongeren nemen vaker risico’s en zijn gevoelig voor groepsdruk
De hersenontwikkeling van jongeren verklaart grotendeels hun risicogedrag. De prefrontale cortex, die impulscontrole en risicobeoordeling regelt, is nog in ontwikkeling, terwijl het limbische systeem – dat emoties en verlangens aanstuurt – al volledig functioneert. Hierdoor ervaren jongeren sterke emoties, maar ontbreekt de volledige controle daarop. Risico’s worden niet slecht ingeschat, maar het brein reageert sterk op beloningen, wat leidt tot het zoeken van nieuwe ervaringen. Jongeren worden vaker gestuurd door de aantrekkelijkheid van risico’s dan door de angst voor negatieve gevolgen. Zo kan hard rijden als belonend worden ervaren, terwijl angst minder zwaar weegt. Daarnaast is het sociale brein van jongeren gevoeliger voor groepsdruk en status, wat betekent dat de aanwezigheid van vrienden hun verkeersgedrag sterk beïnvloedt.
In de Factsheet ‘Jongeren en risicogedrag’ is meer te lezen over waarom jongeren risicogedrag vertonen.
Enkelzijdige ongevallen
Beginnende bestuurders (18-24 jaar) hebben vaker enkelzijdige ongevallen dan ervaren bestuurders: 52% tegenover 25% bij 30- tot 65-jarigen. Enkelzijdige ongevallen – vaak het gevolg van ‘van de weg af raken’ – zijn ongelukken zonder betrokkenheid van andere voertuigen. Deze kunnen grotendeels worden voorkomen met betere voertuigbeheersing. Bij botsingen met andere voertuigen spelen hogere orde vaardigheden (zoals gevaarherkenning en risicobewustzijn) een grotere rol. Omdat voertuigbeheersing zich sneller ontwikkelt dan deze complexe vaardigheden, daalt het aantal enkelzijdige ongevallen doorgaans sneller.
Ongevallen met passagiers, in weekendnachten en risicogedrag
Jonge beginnende bestuurders zijn oververtegenwoordigd in nachtelijke ongevallen, vooral in het weekend, en in ongevallen met leeftijdsgenoten als passagiers of met risicogedrag zoals rijden onder invloed, afleiding (bijv. mobielgebruik), snelheidsovertredingen en vermoeidheid[ii]. Dit wordt mogelijk verklaard doordat zij dit risicogedrag vaker vertonen dan ervaren bestuurders. Daarnaast zijn de gevolgen voor beginners vaak ernstiger. Zo rijden zij niet vaker onder invloed van alcohol, maar hebben zij wél een hoger ongevalsrisico, door sterkere effecten van alcohol op jongeren en een gebrek aan rijervaring om risico's te compenseren[iii],[iv].
In Nederland zijn diverse maatregelen ingevoerd om de veiligheid van beginnende bestuurders te verbeteren, gericht op het verminderen van overtredingen, het toetsen van gevaarherkenning en het veilig opdoen van rijervaring.
Verminderen van overtredingen en extreem rijgedrag
Beginnersrijbewijs en lager alcohollimiet
Sinds 2002 geldt in Nederland het beginnersrijbewijs voor iedereen die voor het eerst een rijbewijs behaalt. Dit rijbewijs is gekoppeld aan een strafpuntensysteem, waarmee de overheid het aantal verkeersovertredingen en ongevallen onder beginnende bestuurders probeert terug te dringen. De regeling is bedoeld om te voorkomen dat beginnende bestuurders herhaaldelijk dezelfde fouten maken[i].
Voor beginnende bestuurders gelden strengere regels dan voor ervaren bestuurders. Zo is sinds 2006 de toegestane alcohollimiet lager: maximaal 0,2 promille (ongeveer één glas alcohol), in tegenstelling tot de 0,5 promille die geldt voor ervaren bestuurders[ii].
Het strafpuntensysteem houdt in dat beginnende bestuurders strafpunten krijgen bij bepaalde ernstige verkeersovertredingen[iii]. Strafpunten worden bijvoorbeeld opgelegd wanneer een bestuurder:
Als een beginnende bestuurder binnen vijf of zeven jaar twee keer wordt veroordeeld voor een ernstige verkeersovertreding, moet hij of zij het rijbewijs inleveren bij de politie. Deze melding gaat vervolgens naar het CBR, dat kan besluiten tot een nader onderzoek naar de rijvaardigheid. Het rijbewijs kan daarbij definitief worden ingenomen. Hoewel in Nederland tot nu toe nog geen duidelijke effecten zijn aangetoond van het beginnersrijbewijs, laten ervaringen uit andere landen zien dat de invoering ervan in het eerste jaar kan leiden tot 15–20% minder ongelukken, doden en gewonden. Wel verdwijnt dit positieve effect vaak weer na ongeveer 18 maanden.
Educatieve maatregelen
Het CBR kan verschillende educatieve maatregelen opleggen aan bestuurders bij rijden onder invloed of onverantwoord rijgedrag:
Toetsen van gevaarherkenning
Sinds 2009 is gevaarherkenning een verplicht onderdeel van het theorie-examen, wat ervoor zorgt dat rijopleiders hier tijdens de lessen op trainen. Buitenlands onderzoek toont aan dat gevaarherkenningstrainingen het ongevalsrisico bij beginnende bestuurders, vooral mannen, verminderen en de verkeersveiligheid verbeteren[x]. In Nederland is het effect van het toetsen van gevaarherkenning tijdens het examen nog niet onderzocht.
Het opdoen van ervaring
Sinds 2011 kunnen jongeren via 2toDrive vanaf 16,5 jaar rijles volgen en vanaf 17 jaar rijexamen doen. Na het slagen mogen zij tot 18 jaar onder begeleiding rijden van een ervaren bestuurder[xi]. Dit begeleid rijden helpt bij het ontwikkelen van hogere orde rijvaardigheden, veilige routines en sociaal rijgedrag in een veilige omgeving. Hoewel het principe positief wordt beoordeeld[xiii],[xiv], is het in Nederland nog niet bewezen dat 2toDrive het ongevalsrisico verlaagt[xv]. In Zweden en Duitsland leidde begeleid rijden wel tot minder ongevallen, maar niet in Frankrijk en Noorwegen16,[xvi],[xvii],[xviii].
Toenemende kennis over de oorzaken van het hoge ongevalsrisico van jonge beginnende bestuurders ondersteunen het belang van het verbeteren van hogere orde vaardigheden, opdoen van rijervaring en het verminderen van risicogedrag. In de volgende paragrafen wordt toegelicht hoe deze maatregelen uitgebreid of aangevuld kunnen worden.
Verbeteren van hogere orde vaardigheden
Het ontwikkelen van hogere orde vaardigheden zoals zelfbewustzijn, gevaarherkenning en risicobewustzijn kan het ongevalsrisico bij jonge beginnende bestuurders verlagen. Trainingen in Nieuw-Zeeland en Denemarken laten zien dat deze vaardigheden leiden tot betere risicoperceptie, realistischer zelfbeeld en minder ongevallen in het eerste jaar na het behalen van het rijbewijs[ii].
Gevaarherkenning
Gevaarherkenning kan getraind worden met foto- en videotrainingen, waarbij bestuurders leren gevaren te signaleren en de juiste reactie te kiezen22. Korte trainingen verlagen het ongevalsrisico bij jonge mannen en ook bij vrouwen is recent effect aangetoond. SWOV ontwikkelde een foto- en videotoets voor het theorie-examen; alleen de fototoets is momenteel verplicht.
TeamAlert gebruikt een videotoets in het project Blikveld, dat beginnende bestuurders bewust maakt van hun kwetsbaarheid. Dit project verbetert het kijkgedrag en de gevaarherkenning op korte en lange termijn, met deelnemers die scoren vergelijkbaar met ervaren bestuurders[iii]. Inmiddels zijn er ook gevaarherkenningstrainingen ontwikkeld voor de elektrische fiets, brom- en snorfiets, deze zijn gebaseerd op de effectief bewezen Blikveld training.
Coaching in de rijlessen (zelfbewustzijn)
De lesmethode van rijinstructeurs kan invloed hebben op het ontwikkelen van hogere orde vaardigheden bij leerlingen. Traditioneel geven instructeurs aanwijzingen en feedback, terwijl het Europese HERMES-project en het Nederlandse Rijopleiding op Maat (ROM) inzetten op coaching. Hierbij onderzoekt de leerling zelf het gewenste gedrag en reflecteert daarop, wat het zelfbewustzijn, verantwoordelijkheidsgevoel en risicobewustzijn bevordert[iv].
Hoewel coaching geen directe vermindering van ongevallen toont, verbetert het wel het rijgedrag en zorgt het voor een realistischer zelfbeeld bij leerlingen. Het vraagt echter om reflectieve leerlingen en goed getrainde instructeurs. Onjuiste coaching kan leiden tot overschatting van vaardigheden en onderschatting van risico’s.
Het opdoen van rijervaring onder beschermende omstandigheden
Hogere orde vaardigheden verbeteren met toenemende rijervaring. Het 2toDrive-programma biedt jongeren de kans om onder begeleiding en beschermde omstandigheden rijervaring op te doen. Daarnaast is er het getrapt rijbewijs, waarbij beginnende bestuurders geleidelijk rijervaring opdoen in drie fasen:
Onderzoek toont aan dat invoering van een dergelijk systeem een van de meest effectieve maatregelen is om het ongevalsrisico bij jonge bestuurders te verlagen[i].
Daarnaast kan het beperken van blootstelling aan risicovolle situaties ook bereikt worden via vrijwillige afspraken tussen ouders en jongeren. Succes hiervan hangt af van goede begeleiding van ouders. Het Amerikaanse ‘checkpoint program’, waarbij ouders en jongeren een contract opstellen met restricties voor de eerste rijmaanden, laat positieve resultaten zien[ii].
Verminderen van risicogedrag
Zelfregulering van veilig rijgedrag
Risicogedrag in het verkeer hangt samen met risicogedrag in andere levensgebieden (zoals roken en drinken) omdat dezelfde vaardigheden zoals zelfcontrole en veerkracht hierbij een rol spelen[i],[ii]. Trainingen die deze vaardigheden versterken, zijn effectief en zorgen voor overdracht naar verkeersgedrag[iii]. Het DRIVE-project in Australië liet zien dat brede trainingen op meerdere risicogedragingen het ongevalsrisico verlagen, in tegenstelling tot trainingen die zich enkel op verkeer richten[iv]. In Nederland richt TeamAlert zich met projecten als Muurvast en The Day After op deze aanpak[v].
Gedragsveranderingsinterventies
Jonge beginnende bestuurders vertonen risicogedrag zoals rijden onder invloed, afleiding door passagiers of mobiele telefoon, en vermoeidheid. Veel interventies zijn niet effectief, mogelijk doordat gedragsveranderingstechnieken niet goed worden toegepast[vi]. Effectieve technieken zijn doelen stellen, zelfevaluatie, sociale steun en instructies/feedback. TeamAlert gebruikt deze technieken in projecten als Witte Waas, Bobtival/Bobzone, StreetTalk en Go MONO.
Sociale norm
Sociale normen bepalen wat sociaal acceptabel gedrag is, wat voor jongeren belangrijk is omdat zij zich sterk laten beïnvloeden door leeftijdsgenoten. Het communiceren van sociale normen helpt verwachtingen duidelijk te maken en ongewenst gedrag aan te pakken[viii]. Het veranderen van normen kost tijd en een brede aanpak, maar campagnes zijn kansrijk[ix]. Zo zorgt het communiceren van de gemiddelde snelheid op wegen voor langzamer rijden[x]. De BOB-campagne benadrukt al jaren de norm van nuchter rijden.