
Lachgas, oorspronkelijk bedoeld als medisch narcosemiddel en voor de voedingsindustrie, wordt nu ook recreatief gebruikt. Sinds 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet, waardoor bezit, verkoop en vervoer verboden zijn om recreatief gebruik, ook in het verkeer, terug te dringen.
In 2022 en 2023 vonden tientallen dodelijke ongevallen plaats waarbij lachgas vermoedelijk een rol speelde: 31 doden en 174 ernstig gewonden in 2022, en 20 doden met 185 ernstig gewonden in 2023[i]. Lachgasgebruik is moeilijk meetbaar, maar onderzoek toont aan dat het tot een uur na gebruik in bloed en adem te detecteren is[ii]. Het ontbreken van praktische meetinstrumenten maakt het lastig het exacte aantal verkeersincidenten vast te stellen.
Lachgas verstoort waarneming, reactie en coördinatie, en het gebruik van ballonnen in de auto leidt tot afleiding en bewustzijnsverlies. Vooral jongeren vormen een risicogroep voor rijden onder invloed[iv]. Daarom is het belangrijk jongeren bewust te maken van de risico’s en dat gemeenten, handhavers en preventieprofessionals weten hoe zij hen kunnen bereiken om lachgasgebruik in het verkeer te verminderen.
Deze factsheet beschrijft de huidige kennis over lachgasgebruik onder jongeren, gebaseerd op nieuws, wetenschappelijke literatuur, rapporten en onderzoeken van TeamAlert.
Lachgas wordt gebruikt als medisch narcosemiddel, in de voedingsindustrie en als drug
Lachgas, of distikstofmonoxyde (N₂O), is een kleurloos, zoet ruikend gas dat wordt gebruikt als narcosemiddel tijdens operaties en als kortdurende pijnstiller bij tandartsen en ambulances. Het remt pijnprikkels en werkt kalmerend. Dit medische lachgas wordt gemengd met zuurstof[i],[ii]. Tegenwoordig wordt het vooral toegepast in de voedingsindustrie, bijvoorbeeld in gaspatronen voor slagroomspuiten1.
Sinds de jaren negentig wordt lachgas ook als recreatieve drug gebruikt, vooral in het uitgaansleven. Het gas uit slagroompatronen wordt via een ballon ingeademd. Recente signalen wijzen op toenemend gebruik van lachgas uit grote tanks, wat zorgt voor hogere doseringen en frequentere consumptie, doordat er meer en grotere ballonnen gevuld kunnen worden dan met patronen[iii].
Ongeveer een miljoen volwassenen gebruikten ooit lachgas
Uit een jaarlijkse Gezondheidsenquête, uitgevoerd door het CBS in samenwerking met het RIVM en het Trimbos-instituut, blijkt dat in 2023 ongeveer één op de dertien Nederlanders van 18 jaar en ouder (7,2%) ooit wel eens lachgas heeft gebruikt. Dit percentage bleef op hetzelfde niveau als in 2022 (7,3%). In vergelijking met 2019 (3,2%) en 2022 (1,3%) is het laatste-jaar-gebruik van lachgas in 2023 nog verder gedaald (0,9%). Tussen 2021 en 2022 daalde het laatste-maand-gebruik van lachgas onder volwassenen van 0,7% naar 0,2%. Sindsdien is het ongeveer gelijk gebleven[iv].
|
|
% |
Aantal (afgerond op 10.000) |
Aantal (95% betrouwbaarheidsinterval) |
|
Ooit |
7,2 |
1.020.000 |
920.000-1.110.000 |
|
Laatste jaar |
0,9 |
120.000 |
90.000-150.000 |
|
Laatste maand |
0,2 |
20.000 |
<10.000-40.000 |
Tabel 1. Percentage en aantal lachgasgebruikers in de bevolking van 18 jaar en ouder. Peiljaar 2023 (Nationale Drug Monitor, 2025c).
Lachgasgebruik onder jongeren
De piek van het lachgasgebruik in de afgelopen maand in 2017-2019 en de daling in de jaren erna is een trend die ook geconstateerd is onder 16- tot en met 18-jarige studenten van het mbo en hbo. De hoeveelheid jongeren die lachgas gebruikt lijkt dus af te nemen. Echter blijkt dat het percentage lachgasgebruikers dat hoge hoeveelheden lachgas per keer gebruikt juist toeneemt[v]. Deze bevinding wordt bevestigd in de Antenne van Amsterdam, waar drugsgebruik in Amsterdam grondig wordt onderzocht en bijgehouden. Het animo voor lachgas neemt af, maar problematisch en chronisch gebruik in kleine kringen blijkt te intensiveren.
Er zijn veel verschillende mensen die lachgas gebruiken
Lachgas wordt in verschillende sociaal-demografische bevolkingsgroepen gebruikt. Sommige mensen die lachgas gebruiken zijn jong en hebben naast lachgas nog nooit alcohol of drugs gebruikt, anderen zijn doorgewinterde uitgaanders die veel ervaring hebben met allerlei drugssoorten. Onder de gebruikers van lachgas vallen ook kwetsbare jongeren, zoals jongeren in de residentiele jeugdzorg, waarvan sommigen minderjarig. De prevalentie van het lachgasgebruik is het hoogst onder jongeren in de leeftijdsgroepen 18 en 19 jaar en 20 tot 24 jaar. Over het algemeen laten de onderzoeken naar het lachgasgebruik onder de groep ‘uitgaanders’ zien dat de prevalentie van het gebruik in deze groep hoger ligt dan in de algemene bevolking[vii] (Nationale Drug Monitor, 2023c).
Lachgasgebruik kent verschillende gezondheidsrisico’s
Het inhaleren van lachgas veroorzaakt een korte, intense roes doordat het de glutamaatreceptor in de hersenen blokkeert, wat leidt tot ontspanning, vermindering van pijn, lichtheid in het hoofd en soms hallucinaties[i]. De naam ‘lachgas’ verwijst naar het vaak oncontroleerbaar lachen tijdens gebruik.
Volgens een risicobeoordeling van het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs[ii] is het gezondheidsrisico bij gecontroleerd en incidenteel gebruik klein. Toch is het moeilijk een veilige grens te bepalen, aangezien ook beperkt gebruik bijwerkingen kan veroorzaken, zoals duizeligheid, verwardheid en flauwvallen, wat kan leiden tot verwondingen[iii]. Ongeveer een derde van de gebruikers rapporteerde na vijf tot tien ballonnen acute klachten zoals hoofdpijn, misselijkheid en tintelingen, mogelijk door neurotoxiciteit15.
Bij regelmatig en intensief gebruik (meer dan tien ballonnen per sessie) kan een vitamine B12-tekort ontstaan, met bloedarmoede en neurologische schade als gevolg. Tussen 2018 en 2020 liepen minstens 64 jongeren hierdoor een dwarslaesie op[iv].
Effecten van lachgas hangen af van verschillende factoren
De effecten van het middel zijn niet voor iedereen hetzelfde. Hoe men het ervaart hangt bijvoorbeeld af van hoe men zich voelt en hoe gezond de gebruiker is14. Daarnaast wordt het effect bepaald door eerdere ervaringen met lachgas en de verwachting die men ervan heeft5. Jonge, onervaren gebruikers en mensen met een laag vitamine B12-niveau, zoals vegetariërs, zijn extra gevoelig voor schadelijke effecten15. De intense roes na lachgasgebruik duurt ongeveer 1 tot 5 minuten, maar de effecten houden langer aan bij gebruik van meerdere ballonnen achter elkaar8. In het volgende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de gevaren van lachgasgebruik in het verkeer.
Verstoorde waarneming en coördinatievermogen
Lachgas is een verdovend middel dat de cognitieve en psychomotorische functies verstoort, zoals waarneming en coördinatie, waardoor het gebruik in het verkeer zeer gevaarlijk is. Het risico op bewusteloosheid tijdens het rijden door zuurstoftekort maakt het nog risicovoller. Hoewel de intense roes slechts enkele minuten duurt, kunnen verminderde reacties, concentratie en coördinatie tot wel 45 minuten aanhouden[i],. Daarom wordt aangeraden minimaal een uur te wachten na gebruik voordat men weer veilig kan rijden, al verschilt dit per persoon.
Afleidende handelingen rondom lachgas verhogen ongevalsrisico
Naast een verstoorde waarneming en coördinatievermogen brengt ook de gebruikswijze van lachgas risico’s met zich mee. Handelingen gerelateerd aan het gebruik van lachgas, zoals het vullen van ballonnen tijdens het rijden en het inhaleren van een ballon, leiden af van de rijtaak. Daarnaast zorgen het geluid van het vullen van een ballon en het gedrag van andere lachgasgebruikers in de auto mogelijk ook voor afleiding tijdens het rijden Deze afleiding kan gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaken en verhogen de kans op ongevallen.
Politie waarschuwt voor het vervoer van lachgas
Het vervoeren van lachgas kan gevaren met zich meebrengen. Lachgas is een oxiderende stof, dus als het gas met vuur in aanraking komt, zal het de brand voeden met zuurstof. Dit zal de brand heftiger maken. Daarnaast kunnen de druk houdende lachgastanks exploderen[iii]. De politie treft steeds vaker grote hoeveelheden lachgas in tanks aan tijdens controles. Wanneer je meer dan twee kilo lachgas vervoert, valt dit onder de ADR; de Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. In dit geval gelden er extra eisen voor zowel het voertuig waarin het gas wordt vervoerd als de chauffeur. Denk hierbij aan een specifieke opleiding, etikettering van de gasflessen en ladingzekering. De meeste particulieren voldoen niet aan deze eisen[iv].
De laatste jaren vielen er tientallen doden en gewonden bij verkeersongevallen waarbij lachgasgebruik een rol speelde. In totaal raakten in anderhalf jaar tijd, van halverwege 2019 tot eind 2021, 370 mensen ernstig gewond en kwamen 63 mensen om het leven bij ongelukken waarbij vermoedelijk lachgas in het spel was. In totaal gebeurden er in deze periode bijna 1800 ongelukken met lachgas. Het is belangrijk hierbij op te merken dat het in deze gevallen niet altijd een bestuurder betrof die lachgas gebruikte voor of tijdens het rijden. Het kan ook een medepassagier betreffen of er zijn attributen aangetroffen die duiden op lachgasgebruik in de auto. In Figuur 2 staat weergeven hoeveel ongelukken er gebeurden.
|
|
2019 |
2020 |
2021 (t/m oktober) |
|
Met dodelijke afloop |
16 101 |
25 |
22 |
|
Met (ernstig) letsel |
100 |
145 |
125 |
|
Alleen blikschade |
213 |
319 |
282 |
|
Doorrijden na ongeval |
137 |
220 |
179 |
|
Totaal |
466 |
709 |
608 |
Lachgas is niet eenvoudig aantoonbaar in bloed, urine, adem of speeksel, zoals bij andere drugs meestal wel het geval is. Dit maakt het lastig om aan te tonen dat een verongelukte verkeersdeelnemer lachgas heeft gebruikt. Om deze reden wordt hierboven gesproken over het aantal incidenten waarbij ‘vermoedelijk’ lachgas in het spel was. Wel kan er gekeken worden naar afwijkend of roekeloos rijgedrag, de aanwezigheid van ballonnen of lachgastanks in de auto en het gedrag van de bestuurder. Dit kunnen aanwijzingen zijn dat iemand mogelijk lachgas heeft gebruikt[ii]. Het precieze aantal slachtoffers dat reed onder invloed van lachgas is echter niet vast te stellen. Ook zijn er geen concrete cijfers over het aantal jongere verkeersslachtoffers door rijden onder invloed van lachgas.
Auto is voor veel jongeren plek om lachgas te gebruiken
Uit een kwalitatief onderzoek van TeamAlert blijkt dat de auto voor veel jongeren de plek is om lachgas te gebruiken. Dit geldt met name voor jongeren die regelmatig en grotere hoeveelheden lachgas gebruiken. Deze jongeren willen vaak niet thuis bij hun familie gebruiken en vinden het te duur om naar clubs te gaan om lachgas te gebruiken. De auto is een plek met veel vrijheid; in een auto kan men zich makkelijk verplaatsen en het biedt veel privacy. Bovendien is het een comfortabele en warme plek om te chillen en het feit dat er met meerdere mensen in gezeten kan worden, maakt het gezellig[i].
De jongeren in dit onderzoek geven aan het liefst naar een afgelegen plek te rijden zodat ze ongestoord lachgas kunnen gebruiken. Wanneer ze op een afgelegen plek zijn en lachgas hebben gebruikt, gebeurt het wel eens dat ze een stuk gaan rijden. Tijdens het rijden heeft de persoon op de passagiersstoel vaak de lachgastank en deelt de ballonnen uit. Het gebruiken van lachgas in het verkeer is voor de meeste jongeren in dit onderzoek een spontane activiteit. Vaak wordt het niet al van tevoren bedacht dat ze onder invloed van lachgas aan het verkeer zullen deelnemen.
Lachgasgebruik is een gewoonte, ook tijdens het rijden
Daarnaast wordt het ook gezien als sociale activiteit; het zorgt voor gezelligheid. Het kan gezien worden als gewoonte om in gezelschap van vrienden lachgas te gebruiken. Jongeren zijn gewend om ballonnen uit te delen aan elkaar, ongeacht de locatie. Jongeren in het onderzoek van TeamAlert geven aan dat het gek voelt om niet meer ballonnen uit te delen wanneer ze rijden, ze vinden het niet sociaal om de bestuurder tijdens het rijden geen ballon aan te bieden.
Andere weggebruikers, passagiers, de afleiding en het effect van lachgasgebruik vormen barrières
Vrijwel alle jongeren geven in het onderzoek van TeamAlert aan dat ze lachgas in het verkeer onveilig vinden. Jongeren die zelf als bestuurder lachgas gebruiken én jongeren die als passagier bij een lachgas gebruikende bestuurder in de auto hebben gezeten, geven aan lachgas in het verkeer onveilig te vinden. Voornamelijk het feit dat je niet alleen jezelf maar ook andere weggebruikers in gevaar brengt, maakt dat jongeren lachgasgebruik in het verkeer onveilig vinden. Ook eventuele passagiers waar de bestuurder verantwoordelijk voor is, maken dat jongeren lachgas in het verkeer gevaarlijk vinden. Daarnaast geven jongeren aan dat lachgas in de auto voor chaos en afleiding kan zorgen. Zo maakt een lachgastank veel lawaai en zijn de passagiers onder invloed waardoor zij zich afleidend gedragen. Op het moment dat de bestuurder zelf ook lachgas gebruikt, komt daar het effect van het lachgasgebruik bovenop. Het feit dat het effect van lachgas niet te doseren is, wordt daarbij door sommigen ook als punt genoemd waardoor lachgas achter het stuur onveilig is. Bovenstaande redenen kunnen worden gezien als barrières om lachgas in het verkeer te gebruiken.
Ondanks dat de jongeren in het onderzoek van TeamAlert (2020a) van mening zijn dat lachgas in het verkeer onveilig is, is er wel een deel dat toch zelf als bestuurder lachgas gebruikt of als passagier bij een lachgas gebruikende bestuurder in de auto heeft gezeten. Deze tegenstrijdigheid is te verklaren door een aantal factoren. Hieronder worden deze factoren besproken.
Het effect van lachgas zorgt voor zelfoverschatting en onderschatting van risico’s
De jongeren die zelf als bestuurder lachgas gebruiken, geven aan door het effect van lachgas soms onrustig te worden. Door het gebruik van lachgas krijgen ze zin om te gaan rijden of om het gaspedaal extra ver in te trappen. Jongeren die als passagier bij een lachgas gebruikende bestuurder in de auto hebben gezeten, zien dit gebeuren bij de bestuurder. Doordat de auto voor veel jongeren de plek is om lachgas te gebruiken, is de stap om daadwerkelijk te gaan rijden klein. Daarnaast zorgt lachgas er ook voor dat ze het gevaar van rijden onder invloed niet meer zien. Jongeren overschatten zichzelf door lachgas en onderschatten de gevaren op het moment dat ze onder invloed zijn. Deze zelfoverschatting door lachgasgebruik is vergelijkbaar met het effect van alcohol.
Jongeren overschatten hun eigen vaardigheden in het verkeer
Jongeren overschatten vaak hun rijvaardigheid, ook onder invloed van lachgas[i]. Ze baseren hun inschatting op hun nuchtere rijervaring en eerdere ervaringen met lachgas, waardoor ze denken veilig te kunnen rijden terwijl ze onder invloed zijn. Veel frequente gebruikers voelen het effect niet meer, wat de zelfoverschatting versterkt. Positieve ervaringen zonder ongelukken bevestigen dit gevoel, waardoor ze nog zekerder worden van hun vermogen om met lachgas te rijden.
Jongeren maken een risico inschatting van de situatie
Jongeren maken niet alleen een inschatting van hun eigen rijvaardigheid onder invloed van lachgas, maar ook van de situatie waarin ze rijden24. Ze vinden lachgas in het verkeer gevaarlijk en houden daarom rekening met omstandigheden zoals weersomstandigheden en verkeersdrukte. Helder weer en rustige, afgelegen wegen worden als veiliger beschouwd dan slecht zicht of drukke steden. Daarnaast wegen zij de ervaring van de bestuurder mee, zowel rijervaring als ervaring met lachgasgebruik tijdens het rijden. Hoe meer ervaring, hoe veiliger de situatie wordt ingeschat. Op basis van deze inschattingen bepalen jongeren of ze lachgas gebruiken tijdens het rijden of instappen bij een bestuurder onder invloed, waarbij ze proberen passende voorzorgsmaatregelen te nemen.
Jongeren voelen zich niet verantwoordelijk voor gedrag van anderen
Jongeren spreken elkaar nauwelijks aan op het gebruik van lachgas in het verkeer, omdat ze zich vaak niet verantwoordelijk voelen voor het gedrag van anderen en groepsdruk ervaren. Hoewel ze lachgasgebruik in het verkeer onveilig vinden, gebeurt aanspreken zelden. Dit leidt tot cognitieve dissonantie: het gedrag (lachgasgebruik) strookt niet met hun houding (gevaarlijk vinden), wat spanning veroorzaakt[ii]. Om deze spanning te verminderen, passen jongeren hun opvattingen aan, wat zich uit in weerstand tegen de gevaren van lachgas. Zo ervaren ze reactance (weerstand tegen beperkingen), zijn ze sceptisch over de effecten en vertonen ze inertia (weerstand tegen verandering).
Jongeren treffen voorzorgsmaatregelen wanneer ze lachgas gebruiken in het verkeer
Jongeren proberen de tegenstrijdigheid tussen hun gedrag en houding te verminderen door voorzorgsmaatregelen te nemen bij lachgasgebruik in het verkeer. Ze kiezen bijvoorbeeld een geschikte bestuurder, rijden op afgelegen plekken of gebruiken minder lachgas. Zo creëren ze voor zichzelf een gevoel van veiligheid, ondanks dat ze erkennen dat lachgas in het verkeer gevaarlijk is. Deze combinatie van het effect van lachgas, zelfoverschatting, risicoschatting en voorzorgsmaatregelen vormt voor jongeren een reden om lachgas toch in het verkeer te gebruiken.
Lachgas op lijst II van de Opiumwet
Sinds 1 januari 2023 is het bezit en de verkoop van lachgas als recreatieve drug landelijk verboden. Lachgas staat sinds deze datum op lijst II van de verboden middelen (Opiumwet). Dit houdt in dat het verboden is om lachgas binnen of buiten Nederland te vervoeren, te verkopen of in bezit te hebben. Met uitzondering van professioneel gebruik voor medische en technische doeleinden en het gebruik van lachgas als toevoeging aan voedingsmiddelen, zal lachgasbezit strafbaar zijn. Het voornaamste doel van het verbod op lachgas is het terugdringen van recreatief gebruik en het beperken van het aanbod2.
Jongeren over lachgas in de Opiumwet
In kwalitatief onderzoek van TeamAlert waren jongeren verdeeld over het verbod op lachgas via de Opiumwet. Sommigen zagen het als positief, omdat sporadische gebruikers hierdoor mogelijk stoppen, terwijl anderen juist vrezen dat het de verkoop onzichtbaar maakt en de kwaliteit verslechtert. Daarnaast benadrukten jongeren de eigen verantwoordelijkheid bij het gebruik. Over het algemeen verwachten zij dat het verbod weinig effect zal hebben op het gebruik van lachgas in het verkeer, omdat dit vaak via via wordt verkregen en doorgaat ondanks het verbod. Voor sommigen verhoogt het verbod zelfs de aantrekkingskracht door het verbodene[i].
Een vragenlijstonderzoek vlak voor het verbod liet zien dat de helft van de lachgasgebruikers hun gebruik niet wil minderen, maar ruim 40% van de jongeren die lachgas in het verkeer gebruiken, van plan is hiermee te stoppen. Dit suggereert dat het verbod mogelijk effectiever is om verkeersveiligheid te verbeteren dan om het algemene lachgasgebruik te verminderen.
Geen wettelijke limieten voor lachgasgebruik in het verkeer
Het is lastig voor de politie om rijden onder invloed van lachgas wettelijk aan te tonen, omdat er nog geen betrouwbare methode is om lachgas in bloed, urine, adem of speeksel te meten. Strafbaar rijden onder invloed van lachgas kan alleen worden vastgesteld als bewezen is dat iemand niet meer ‘behoorlijk kan sturen. In tegenstelling tot alcohol en andere drugs zijn er nog geen wettelijke limieten voor lachgas vastgesteld[ii].
Recent onderzoek toont aan dat lachgas in de ademlucht detecteerbaar is, maar een praktische meetmethode voor de politie ontbreekt nog. Daarom is bewijs vaak gebaseerd op waarnemingen van rijgedrag, zoals slingeren, onverwachte stuurbewegingen, langzaam reageren of suf gedrag, en het aantreffen van lachgas bij de verdachte[iii]. Dit soort bewijs leidt soms tot veroordelingen, maar vaak worden verdachten vrijgesproken wegens gebrek aan sluitend bewijs. Met de opname van lachgas op lijst II van de Opiumwet zijn er meer mogelijkheden ontstaan om lachgasgebruik in het verkeer aan te pakken[iv].
Educatieve Maatregel Drugs in het verkeer (EMD)
De EMD (Educatieve Maatregel Drank- en Middelengebruik) is een cursus waarin kennis en handelingsalternatieven rondom rijden onder invloed worden gegeven door een trainer. De cursus behandelt onder andere de invloed en risico’s van drugs, waaronder lachgas[v]. Bestuurders die voor het eerst worden aangehouden voor rijden onder invloed van drugs of weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek, krijgen deze cursus opgelegd. Bij herhaalde aanhoudingen volgt eerst een onderzoek naar het drugsgebruik, waarna de cursus mogelijk alsnog wordt opgelegd. De cursus is bedoeld om herhaling te voorkomen en een preventief effect te hebben op de sociale omgeving van de bestuurder. Sinds 1 april 2023 wordt de EMD als educatieve maatregel ingezet).
Algemene inzet op campagnes en voorlichting over lachgas en integrale aanpak
TeamAlert voert landelijk campagne om rijden onder invloed van drugs onder jongeren te voorkomen. Jaarlijks loopt de campagne “Rij Ballonvrij”, gericht op het voorkomen van rijden onder invloed van lachgas. In de campagne “Rij Ballonvrij” communiceert de campagne dat rijden onder invloed van lachgas niet normaal is. Via verschillende initiatieven wordt daarnaast aan het terugdringen en voorkomen van lachgasgebruik gewerkt. De preventie-afdelingen van instellingen van de verslavingszorg zetten in op de preventie van lachgasgebruik. Daarnaast heeft het Trimbos-instituut afgelopen jaren, in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, gewerkt aan de ontwikkeling van gerichte voorlichtingsmaterialen over lachgasgebruik. Zo zijn er folders en video’s voor ouders gemaakt in begrijpelijk Nederlands, Turks, Arabisch en Berbers (www.trimbos.nl/lachgas). Deze voorlichtingsmaterialen en -activiteiten zijn niet direct gericht op lachgasgebruik in het verkeer, maar er kan vanuit gegaan worden dat een algemene preventieve werking ook tot minder lachgasgebruik in het verkeer zou kunnen leiden. Het is hierbij belangrijk te benoemen dat niet elke doelgroep op dezelfde manier bereikt kan worden, en dat voorlichting niet altijd de meest effectieve manier is.
Naast een algemene inzet op preventie en voorlichting, zijn ook preventieve maatregelen van belang om deelname aan het verkeer onder invloed van lachgas te voorkomen. Momenteel wordt er gewerkt aan een integrale aanpak van rijden onder invloed van alcohol, drugs en rijgevaarlijke medicijnen. Ook de preventie van lachgasgebruik in het verkeer wordt hierin meegenomen[vi].
Verkenning detectie lachgasgebruik in de adem
Op dit moment is het voor de politie lastig om rijden onder invloed van lachgas wettelijk aan te tonen, omdat er nog geen betrouwbare methode bestaat om het gas in bloed, urine, adem of speeksel te meten. Recent onderzoek door Universitair Medische Centra in Maastricht en Leiden, in opdracht van de politie, toont echter aan dat lachgas tot een uur na gebruik in ademlucht en bloed kan worden gedetecteerd. Dit maakt het technisch mogelijk om een meetinstrument te ontwikkelen voor het opsporen van lachgasgebruik in het verkeer. Wel is aanvullend onderzoek nodig om een duidelijke grenswaarde vast te stellen. Verwacht wordt dat deze methode binnenkort gebruikt kan worden om lachgasgebruik wettelijk te bewijzen.
Aanbevelingen uit onderzoek
In het onderzoek van TeamAlert (2020a) zijn een aantal aanbevelingen gedaan voor het bevorderen van de veiligheid van jongeren in het verkeer omtrent lachgas: