
De kans op betrokkenheid bij een verkeersongeval is voor jongeren groter dan voor andere leeftijdsgroepen. Dit heeft verschillende oorzaken, zo zijn jongeren minder ervaren in het verkeer en vertonen ze relatief vaak risicovol gedrag. Om het aantal verkeersongevallen onder jongeren terug te dringen, is het belangrijk dat jongeren meer inzicht krijgen in hun eigen (verkeers)gedrag en minder geneigd zijn zich risicovol te gedragen. Een veilige verkeersdeelname onder jongeren kan gestimuleerd worden middels verkeerseducatie. Maar wat maakt verkeerseducatie effectief? En hoe kan verkeerseducatie het beste vormgegeven worden, om de verkeersveiligheid van jongeren te bevorderen?
Deze factsheet beschrijft wat er bekend is over verkeerseducatie. Omdat jongeren bij TeamAlert centraal staan, focust deze factsheet zich op de doelgroep jongeren (12 tot en met 24 jaar). Eerst wordt beschreven wat verkeerseducatie precies inhoudt. Vervolgens wordt er gekeken naar het belang van verkeerseducatie voor jongeren. Daarna wordt er dieper ingegaan op bestaande verkeerseducatieprojecten en interventies die gericht zijn op de verkeersveiligheid van jongeren. Tevens wordt besproken welke factoren bijdragen aan de effectiviteit van verkeerseducatie. Tot slot wordt beschreven hoe jongeren zelf tegen verkeerseducatie aankijken en hoe jongeren en scholen verkeerseducatie vorm zouden geven. De informatie uit de factsheet is gebaseerd op wetenschappelijke artikelen, rapporten van kennisinstituten en onderzoeken van TeamAlert.
Verkeerseducatie omvat elke vorm van onderwijs dat gericht is op het aanleren en verbeteren van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die noodzakelijk zijn voor veilige verkeersdeelname. Ook het verhogen van de motivatie om veilig aan het verkeer deel te nemen valt onder verkeerseducatie[i]. Over het algemeen bezitten mensen deze kennis, overtuigingen en vaardigheden niet van nature. Voor een veilige verkeersdeelname moet dit dus worden aangeleerd. Daarbij is veelvuldig oefenen en ervaring opdoen van belang.
Veilig deelnemen aan het verkeer is een complexe taak. Deze taak betreft het toepassen van verkeersregels, het herkennen van gevaren en het reageren op deze gevaren en het gedrag van andere verkeersdeelnemers. Dit vindt allemaal plaats in een verkeerscontext waarin in een korte tijdspanne de juiste keuzes gemaakt moeten worden. Bovendien kan het lastig zijn om de verkeersregels allemaal te kennen en toe te passen. Ook zijn veel mensen zich niet bewust van de gevaren van onveilig gedrag, omdat de gevolgen vaak niet direct merkbaar zijn. Daarnaast zijn mensen geneigd hun eigen kunnen of kennis te overschatten en onderschatten ze de complexiteit van de verkeerstaak. Dit toont aan dat verkeerseducatie een noodzakelijk instrument is voor veilige verkeersdeelname.
Jongeren vormen een kwetsbare groep in het verkeer. In 2022 werden jongeren van 16–19 jaar het vaakst behandeld op een SEH-afdeling na een verkeersongeval. Jongeren (12–24 jaar) waren samen verantwoordelijk voor een kwart van alle SEH-bezoeken door verkeersongevallen. Hun risico op letsel is daarmee hoger dan bij andere leeftijdsgroepen[i]. Hieronder volgen de belangrijkste redenen waarom jongeren extra risico lopen in het verkeer.
Jongeren zijn vaak kwetsbare verkeersdeelnemers
Het hogere risico op letsel bij jongeren na een verkeersongeval hangt samen met hun mobiliteitsgedrag. Jongeren van 12 tot en met 18 jaar fietsen bijna twee keer zoveel als de gemiddelde Nederlander[i]. Fietsen is relatief risicovol, omdat fietsers – in tegenstelling tot automobilisten – geen fysieke bescherming hebben bij een ongeval[ii]. Bij de overgang naar de middelbare school verviervoudigt het aantal fietskilometers, tot gemiddeld 2000 km per jaar. Ook het scootergebruik neemt toe vanaf 16 jaar. Scooters bieden, afgezien van de verplichte helm, eveneens weinig bescherming[iii]. Ongeveer 2,5% van de 16- tot 20-jarigen bezit een brom- of snorfiets[iv],[v].
Jongeren zijn meer geneigd tot het vertonen van risicogedrag in het verkeer
Jongeren lopen meer risico op letsel in het verkeer doordat zij vaker risicovol gedrag vertonen dan kinderen en volwassenen1. Dit kan zowel bewust zijn – zoals telefoongebruik tijdens het fietsen – als onbedoeld, door een verkeerde reactie op gevaar of gebrekkige voertuigbeheersing. Drie factoren dragen bij aan dit verhoogde risico: gebrek aan ervaring, de fase van hersenontwikkeling en invloed van de sociale omgeving.
Onervarenheid met complexe verkeerssituaties en nieuwe vervoerswijzen
Tussen hun 12e en 24e jaar maken jongeren steeds meer verkeerskilometers, vaak op nieuwe voertuigen zoals e-bikes of scooters. Hun hogere-orde vaardigheden, zoals risicoperceptie en anticipatie, ontwikkelen zich langzamer dan basale voertuigbeheersing, wat de kans op fouten vergroot[i].
Hersenontwikkeling zorgt voor lage risicoperceptie en gevoeligheid voor kortetermijnbeloningen Het brein van jongeren ontwikkelt zich door tot ongeveer hun 25e jaar. De prefrontale cortex, verantwoordelijk voor planning, zelfbeheersing en het overzien van lange termijn gevolgen, is dan nog niet volledig ontwikkeld[ii],[iii]. Tegelijkertijd is het beloningssysteem in de hersenen, zoals het ventraal striatum, extra gevoelig door puberteitshormonen. Dit zorgt ervoor dat jongeren sterker reageren op directe beloningen en moeilijker verleidingen kunnen weerstaan. Jongeren noemen deze 'kick' als reden voor risicovol gedrag zoals te hard rijden of rijden onder invloed[v],[vi],[vii].
De sociale omgeving heeft invloed op het risicogedrag van jongeren
In de adolescentie groeit de invloed van leeftijdsgenoten. Jongeren nemen vaker risico’s in aanwezigheid van vrienden, doordat sociale beloning hun brein extra activeert[viii]. Onderzoek toont aan dat hersengebieden voor zelfregulatie minder actief zijn wanneer jongeren zich bekeken voelen door leeftijdsgenoten[ix]. De in 2022 ontwikkelde Peer Pressure on Risky Driving Scale laat bovendien zien dat zowel directe als subtiele groepsdruk het verkeersgedrag van jongeren beïnvloedt.
Wil je meer weten over jongeren en risicogedrag? Lees dan de factsheet: Jongeren en risicogedrag
Verkeerseducatie vergroot inzicht in eigen verkeersgedrag en beïnvloedt de houding tegenover risicogedrag
Jongeren vormen een risicogroep in het verkeer. Ze fietsen en rijden vaak scooter, vervoersmiddelen die weinig bescherming bieden bij een ongeval. In combinatie met hun beperkte verkeerservaring, neiging tot risicogedrag en beïnvloeding door leeftijdsgenoten, komen jongeren vaker in gevaarlijke situaties terecht dan andere leeftijdsgroepen. Verkeerseducatie vergroot hun inzicht in risicogedrag en beïnvloedt hun houding positief5. Daarom is het belangrijk dat jongeren goede verkeerseducatie ontvangen.
Verkeerseducatie bestaat uit formele en informele vormen:
Aanbieders van verkeerseducatie zijn dus niet alleen scholen, maar ook verkeersveiligheidsorganisaties en ouders. Hieronder wordt eerst de rol van scholen besproken en enkele aanbieders van verkeersprojecten toegelicht. Daarna volgt de rol van ouders in het bevorderen van verkeersveilig gedrag.
Verkeerseducatie op school
Verkeerseducatie op de basisschool
Op basisscholen is verkeerseducatie wettelijk verplicht2. Scholen ontvangen subsidie van de provincie om verkeersveiligheidsactiviteiten te organiseren. Deze middelen worden besteed aan aanbieders zoals Veilig Verkeer Nederland (VVN) en ANWB.
VVN: Biedt de Doorlopende leerlijn: voor groep 1 t/m 8. Ongeveer 70% van de scholen gebruikt deze methode. In groep 7 of 8 doen leerlingen mee aan het verkeersexamen (theorie + praktijk).
Ook biedt VVN het project Van 8 Naar 1, waarbij leerlingen hun nieuwe middelbare schoolroute oefenen. TeamAlert verzorgt een vervolg op het voortgezet onderwijs, waarmee beide trajecten samen een integrale overgang vormen[ii].
Verkeerseducatie op het voortgezet onderwijs
In tegenstelling tot de basisschool is verkeerseducatie in het voortgezet onderwijs geen wettelijk verplicht onderdeel2. Jongeren fietsen vaak zelfstandig naar school, maar krijgen meestal weinig tot geen verkeerslessen op de middelbare school[i]. Scholen bepalen zelf de prioriteit en inhoud van verkeerseducatie[ii]. Voorbeelden van aanbieders voor het voortgezet onderwijs:
Onderzoek naar structurele verkeerseducatie
De manier waarop verkeerseducatie aan scholen wordt aangeboden, verschilt per regio. Hierdoor krijgen leerlingen in verschillende provincies op verschillende manieren verkeerseducatie[i]. In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzocht TeamAlert waarom sommige scholen wel succesvol structurele verkeerseducatie aanbieden en andere niet. Hieruit kwamen een aantal succesfactoren naar voren:
In veel gevallen staat de school niet alleen in het organiseren van verkeerseducatie. Vanuit decentrale overheden en aanbieders ontvangen ze in meer en mindere mate advies, ondersteuning, middelen en aanbod. Dat maakt dat er ook kansen liggen voor (decentrale) overheden en andere partijen om scholen te bewegen naar meer aandacht voor verkeerseducatie. Dat zijn de volgende kansen:
Met de inzichten die uit de best practicestudie is gekomen, heeft TeamAlert een handreiking ontwikkeld voor iedereen die middelbare scholen wil stimuleren en ondersteunen om aan de slag te gaan met verkeerseducatie.
Toolkit Permanente Verkeerseducatie
CROW ontwikkelde de Toolkit Permanente Verkeerseducatie om verkeerseducatieve projecten en hulpmiddelen overzichtelijk te maken. Gebruikers vinden passende projecten per doelgroep, subsidieverleners gebruiken het voor subsidie-toewijzing, en producenten kunnen hun producten via een checklist laten toetsen op aansluiting bij leerdoelen.
Verkeerseducatie door ouders
Verkeerseducatie is niet alleen de verantwoordelijkheid van scholen; ook ouders spelen een belangrijke rol. Zij geven vaak het voorbeeld en maken veel kilometers met hun kinderen in het verkeer. Ouderbetrokkenheid, zoals afspraken maken en gesprekken voeren, vermindert risicogedrag en verbetert vaardigheden voor veilig verkeer (Breuer, 2021). Betrokken ouders verkleinen risico’s vooral in de eerste jaren als beginnend bestuurder, onder meer door regels te stellen en toezicht te houden. Jongeren, schoolbestuurders en docenten benadrukken het belang van ouders in verkeersveiligheid binnen het voortgezet onderwijs[v]. Jongeren leren vooral van het ouderlijk voorbeeld, al geven ze aan dat ouders niet altijd het juiste voorbeeld zijn. Volgens hen kunnen ouders het beste bijdragen door zelf veilig gedrag te tonen, gesprekken te voeren, praktische tips te geven en toezicht te houden, bijvoorbeeld door de fiets te controleren[vi]. Schoolbestuurders en docenten zien verkeersveiligheid als een gezamenlijke verantwoordelijkheid en stimuleren meer ouderbetrokkenheid.
TeamAlert heeft een ruim assortiment aan interventies die zich richten op het verbeteren van de verkeersveiligheid onder jongeren van 12 tot en met 24 jaar oud. Door eerst uitgebreid onderzoek te doen naar de doelgroep en hun gedrag in het verkeer, en deze kennis vervolgens te verwerken in de (door)ontwikkeling van interventies, sluiten de interventies goed aan op de belevingswereld van jongeren.
Risicoperceptie verhogen en experimenteren in een veilige setting
Jongeren experimenteren vaker dan kinderen of volwassenen en leren zo de gevolgen van hun gedrag kennen. Toch is het voor hen moeilijk risico’s goed in te schatten bij het maken van keuzes. Verkeerseducatie zou hen daarom moeten laten leren van fouten in een veilige omgeving, waar de gevolgen beperkt zijn[i]. Dit kan bijvoorbeeld via Virtual Reality, simulators of begeleid rijden zoals bij 2toDrive[ii]. Door ervaring op te doen en risicogedrag te oefenen, verbeteren jongeren hun verkeersvaardigheid, vergroten ze hun risicobewustzijn en verminderen ze zelfoverschatting, wat hen later helpt veiliger te handelen[iii].
Trainen van gevaarherkenning
Gevaarherkenning — het herkennen en adequaat reageren op complexe verkeerssituaties — is bij jongeren nog in ontwikkeling, terwijl zij steeds vaker met dergelijke situaties geconfronteerd worden[i]. Deze vaardigheid kan effectief worden getraind met digitale methoden zoals video- en simulatie-oefeningen[ii]. Programma’s zoals de digitale scootertraining, Blikveld en MISSIE 3014 presenteren jongeren verkeerssituaties die plotseling op zwart gaan, waarbij zij gevaren moeten inschatten op basis van signalen in de omgeving en het gedrag van andere verkeersdeelnemers. Na afloop ontvangen zij feedback om hun inschattingen te verbeteren en zo hun gevaarherkenning te versterken40,41.
Inzetten op groepsnormen
Jongeren zijn sterk beïnvloedbaar door de normen binnen hun vriendengroepen, wat kan leiden tot groepsdruk. Deze groepsnormen kunnen echter ook positief ingezet worden om gewenst gedrag te stimuleren. Het benadrukken dat de meerderheid gewenst gedrag ondersteunt, zoals “75% van de jongeren vindt het verboden om de telefoon vast te houden op de fiets goed,” is effectiever dan focussen op ongewenst gedrag. Gerichte communicatie, zoals het TeamAlert-project Go MONO met slogans als “Stedelijk Lyceum Almere rijdt MONO. Jij toch ook?”, versterkt dit effect. Ook gesprekken tussen jongeren over gewenst gedrag helpen hen elkaar te steunen bij veilig verkeersgedrag[iii].
Jongeren weerbaar maken tegen groepsdruk
Jongeren kunnen te maken krijgen met groepsdruk; een negatieve invloed van hun leeftijdsgenoten of vrienden op hun gedrag. Het vraagt moed en sociale vaardigheden van de jongere om groepsdruk te weerstaan. Daarom is het belangrijk dat jongeren leren opkomen voor zichzelf en hun grenzen aan te geven, oftewel weerbaar worden. Weerbaarheid is trainbaar via oefeningen zoals beweging, meditatie, persoonlijke evaluatie en groepsopdrachten. In het TeamAlert-project Muurvast leren jongeren hun eigen grenzen te bewaken, nadenken over groepsdruk en oefenen ze in het zeggen van ‘nee’ binnen kleine groepen[i].
Zelfcontrole trainen
De onvoltooide hersenontwikkeling zorgt bij jongeren voor impulsiviteit en moeite met het afwegen van lange termijn gevolgen, vooral bij sociale beloningen. Dit beïnvloedt risicogedrag in verkeer, gezondheid en criminaliteit. Zelfcontrole, het weerstaan van verleidingen, is trainbaar en effectief in het verminderen van risicogedrag, ook bij risicogroepen. TeamAlert gebruikt dit in het project The Day After, waar jongeren zelfcontrole leren toepassen. Ook wordt aanbevolen zelfcontrole onderdeel te maken van rijopleidingen, zoals in het ‘Frontal Lobe Project’ in Nieuw-Zeeland[ii].
Omgaan met reactance (weerstand)
Jongeren reageren vaak met weerstand (reactance) op gedragsinterventies, omdat ze zich in hun vrijheid beperkt voelen en zich verzetten tegen autoriteiten. Traditionele verkeerslessen kunnen daardoor minder effectief zijn. TeamAlert vermindert deze weerstand door peer-to-peer educatie toe te passen, waarbij jongeren leren van leeftijdsgenoten die ze sympathiek vinden. Daarnaast gebruiken ze self-persuasion, waarbij jongeren zelf argumenten bedenken voor veilig verkeersgedrag, en bieden ze keuzevrijheid in thema’s, zoals in het project Your Message. Ook zetten ze gamification in, zoals competitie en quizzen, om verkeerseducatie leuk en betrokken te maken. Verder gebruiken ze narratieve transportatie, waarbij jongeren emotioneel betrokken raken bij verhalen, zoals in MISSIE 3014 en educatieve escaperooms, wat gedragsverandering stimuleert doordat jongeren minder weerstand ervaren[iii].
Benieuwd naar alle interventies die TeamAlert in huis heeft? Bekijk dan onze website: https://teamalert.nl/zakelijk/samenwerken/interventies/
De effecten van verkeerseducatie zijn beperkt onderzocht, omdat ongevallen moeilijk als directe maatstaf te gebruiken zijn door veel beïnvloedende factoren. Daarom richt onderzoek zich vaak op gedragsverandering, zoals het naleven van verkeersregels of zelfgerapporteerd gedrag. De CROW-toolkit beoordeelt verkeerseducatieprojecten aan de hand van tien criteria, gebaseerd op kenmerken van effectieve programma’s uit de literatuur[i]. Deze kenmerken worden hieronder toegelicht.
Verkeerseducatie moet zich richten op gedrag waarvan een duidelijke relatie met onveiligheid in het verkeer is aangetoond
Programma’s die zich richten op gedrag dat duidelijk verband houdt met onveiligheid, dragen logischerwijs bij aan een verbeterde verkeersveiligheid als dat gedrag verandert. Het is daarom belangrijk om bij de opzet van een programma het specifieke verkeerveiligheidsprobleem goed te bepalen. Sommige programma’s focussen op één gedragsaspect, zoals TeamAlerts Show Yourself dat verlichting op de fiets behandelt. Andere, zoals Kruispunt, behandelen meerdere thema’s, bijvoorbeeld mobielgebruik en fietsen in groepen.
Het programma richt zich op de groep die het gedrag vertoont of mogelijk gaat vertonen
De verkeerssituatie van jongeren verandert voortdurend met hun leeftijd, zelfstandigheid en nieuwe risicofactoren zoals alcohol- en drugsgebruik. Verkeerseducatie moet hierop aansluiten door gericht te zijn op de levensfase en dagelijkse verkeersuitdagingen van jongeren[ii]. TeamAlert hanteert een doorlopende leerlijn voor 12- tot 24-jarigen en biedt leeftijdsspecifieke interventies. Ze onderscheiden preventieve interventies voor jongeren zonder risicogedrag, vaak op school, en damage control interventies voor jongeren met risicogedrag, zoals het festivalproject Witte Waas dat focust op rijden onder invloed van drugs.
Het programma richt zich met effectieve methoden op de achtergronden van het gedrag van de doelgroep
Verkeerseducatie richt zich op het aanleren of veranderen van gedrag door in te spelen op de onderliggende gedragsdeterminanten[i]. Bij jongeren zijn belangrijke factoren voor risicogedrag onder andere gebrek aan ervaring, lage risicoperceptie, impulscontrole en groepsnormen. Effectieve verkeerseducatie houdt ook rekening met automatisch gedrag en mogelijke weerstand. In het hoofdstuk ‘Op welke manieren biedt TeamAlert verkeerseducatie aan?’ worden enkele gedragsveranderingstechnieken met praktijkvoorbeelden toegelicht.
Het programma sluit aan bij de belevingswereld en sociale omgeving van de doelgroep
De PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act) borgt de kwaliteit van verkeerseducatieprogramma’s door structureel kwaliteitsmanagement[iii]. In de Plan-fase worden het gedrags- en de leerdoelen vastgesteld. De Do-fase omvat de uitvoering van het programma. Tijdens de Check-fase wordt de effectiviteit en uitvoering geëvalueerd aan de hand van effectmetingen, procesevaluaties en user-experience onderzoek, zoals TeamAlert dat doet. In de Act-fase worden de bevindingen gebruikt voor doorontwikkeling. TeamAlert herhaalt deze cyclus jaarlijks om haar projecten continu te verbeteren.
Verkeerseducatie alleen is niet voldoende: het is onderdeel van de drie E’s
Er wordt gepleit voor een integrale aanpak van verkeersveiligheid, waarin verkeerseducatie een belangrijk onderdeel is. Alleen educatie is niet voldoende; het moet samen met andere maatregelen worden ingezet. Deze aanpak bestaat uit de drie E’s: engineering, enforcement en education.
Elke maatregel draagt op zijn eigen manier bij aan verkeersveiligheid en kan elkaar versterken. Educatie kan bijvoorbeeld zorgen voor draagvlak voor handhaving en technische innovaties. Zo vormen de drie E’s samen de basis voor een effectieve, integrale aanpak van verkeersveiligheid.
In 2021 en 2022 deed TeamAlert, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, uitgebreid onderzoek naar aandacht voor verkeersveiligheid op middelbare scholen. Middels dit onderzoek is onder andere achterhaald hoe er het beste invulling kan worden gegeven aan verkeersveiligheid voor middelbare scholieren, waarbij zowel het perspectief van scholieren als dat van afnemers (docenten en schoolbestuurders) is onderzocht. De bevindingen uit het onderzoek gericht op de jongeren zelf, wordt hieronder beschreven.
Jongeren vinden aandacht voor verkeersveiligheid belangrijk
De jongeren in het onderzoek van TeamAlert beoordelen het algemene begrip ‘verkeersveiligheid’ gemiddeld met het cijfer 7,7 op een schaal van 10. Verkeersveiligheid wordt door de jongeren dus als een belangrijk thema gezien. Echter, hoe dichter het bij de doelgroep komt en hoe specifieker het gemaakt wordt voor de jongeren, hoe minder belangrijk jongeren het lijken te vinden[i].
Jongeren lijken daarnaast over het algemeen alle thema’s die iets met verkeer te maken hebben belangrijk te vinden. Met name de thema’s alcohol en drugs springen eruit als thema’s die door de jongeren als belangrijk worden gezien. Ook verkeersborden en -regels en afleiding in het verkeer komen naar voren als belangrijke thema’s om aandacht aan te besteden op school.
Jongeren hebben behoefte aan verkeerseducatie
Veel scholieren vinden dat elke school verkeerseducatie aan zou moeten bieden. Ook hieruit blijkt dat ze verkeersveiligheid belangrijk vinden. Scholieren geven aan dit een aantal keer per jaar te willen. Zelf zien ze de start van een nieuw schooljaar, en dan met name de start van de brugklas als een geschikt moment om aandacht te besteden aan verkeersveiligheid. Ook de winter, met bijbehorende donkere periode en eventuele gladheid, wordt genoemd als een geschikt moment. Ook de periode waarin scholieren starten met rijlessen (scooter en auto) wordt aangemerkt als mogelijk moment om bij aan te haken.
Jongeren hebben een voorkeur voor praktische vormen van verkeerseducatie, gegeven door experts
Jongeren geven de voorkeur aan praktische verkeerseducatie, bijvoorbeeld in een nagebootste omgeving zoals een VR-experience of rijsimulator. Ze vinden lessen met spelelementen of competitie het leukst en vinden het belangrijk dat verkeerseducatie op school niet saai is, maar juist interactief en aansprekend. Praktische lessen en ervaringsgerichte oefeningen zijn het meest effectief. Daarnaast hebben jongeren een voorkeur voor educatie door verkeersdeskundigen, gastdocenten, ervaringsdeskundigen en vaak ook de politie.
Jongeren leren het liefst over de risico’s en mogelijke gevolgen in het verkeer
De jongeren geven tot slot aan dat ze het liefst leren over de risico’s en mogelijke gevolgen van deze risico’s in het verkeer. Dit sluit aan bij de voorkeur voor ervaringsdeskundigen, ze horen graag verhalen van verkeersslachtoffers en zien dit als dé manier om jongeren in te laten zien dat het verkeer gevaarlijk kan zijn35. Inspelen op angst is echter vanuit de literatuur en eerder onderzoek van TeamAlert niet aan te raden, omdat dit niet altijd tot het gewenste effect leidt en afhankelijk is van een groot aantal voorwaarden. Omdat het effect van leren van verkeersslachtoffers en hun ervaringen niet altijd tot het gewenste effect leidt is het advies om vooral in te zetten op de eerder genoemde ervaringselementen voor bewustwording van de risico’s van onveilig gedrag.
Middelbare scholen houden zich bezig met verkeersveiligheid
De meeste middelbare scholen besteden minstens één keer per jaar aandacht aan verkeersveiligheid, al is onduidelijk of dit voor alle scholieren geldt of alleen voor een specifiek leerjaar. Medewerkers noemen veiligheid, het voorkomen van ongelukken, het vergroten van zelfredzaamheid en de verkeerssituatie rond de school als belangrijkste redenen voor deze aandacht.
Docenten en bestuurders van middelbare scholen vinden aandacht voor verkeersveiligheid belangrijk
Verkeersveiligheid wordt door de meeste medewerkers van middelbare scholen belangrijk gevonden. Toch krijgt verkeerseducatie in het middelbaar onderwijs vaak geen prioriteit. De belangrijkste reden om het wel op te nemen is het gebrek aan bewustzijn bij scholieren over verkeersrisico’s. De belangrijkste reden om het niet op te nemen is tijdgebrek; daarnaast twijfelen medewerkers aan de effectiviteit en vinden ze andere vakken belangrijker, mede omdat het thema al op de basisschool aan bod komt.
Docenten en bestuurders van middelbare scholen zouden verkeersveiligheid koppelen aan bredere thema’s
Docenten en bestuurders zien vooral mogelijkheden om verkeersveiligheid te koppelen aan andere maatschappelijke thema’s en om het tijdens mentorlessen te behandelen. Daarnaast worden initiatieven van de politie, campagnes, het uitdelen van gadgets en het betrekken van ouders of gemeenten als geschikte manieren gezien om aandacht te besteden aan verkeersveiligheid.
Meer weten over hoe er volgens scholieren, docenten en schoolbestuurders aandacht gegeven moet worden aan verkeersveiligheid? Lees dan de onderzoeksrapporten: Verkeerseducatie in het voortgezet onderwijs