Meer weten? Neem contact op!

Saar Hadders

Gedragsonderzoeker en -ontwerper

Jongeren en drugs in het verkeer

30 mei 2025 Saar Hadders

Bij een politiecontrole na een hardcorefestival in Den Bosch testten 15 van de 110 automobilisten positief op drugs (DTV Nieuws, 2024). Drugs in het verkeer is dus een actueel probleem. Doordat drugs het bewustzijn en de rijvaardigheid van de gebruiker beïnvloeden. Verhoogt rijden onder invloed de kans op een verkeersongeval fors. In combinatie met alcoholgebruik kan drugs in het verkeer de kans op een ernstig ongeval met maar liefst 200 keer vergroten (Hels et al., 2011).  

In deze factsheet beschrijven we de meest recente inzichten over jongeren en drugs in het verkeer. De informatie uit de factsheet is gebaseerd op wetenschappelijke artikelen, rapporten van kennisinstituten en onderzoeken van TeamAlert.

Lees hieronder verder 👇

Of bekijk meteen relevante interventies en projecten

Vul je gegevens in om het onderzoek of factsheet te downloaden.

Factsheet deelvragen:

  • Wat wordt verstaan onder het gebruik van drugs in het verkeer?

    Drugsgebruik in het verkeer

    Onder drugsgebruik in het verkeer wordt verstaan dat men deelneemt aan het verkeer onder invloed van meer drugs dan de wettelijke toegestane limiet. Sinds 2017 zijn er in Nederland wettelijke limieten voor drugsgebruik in het verkeer. Deze nieuwe wetgeving gaat uit van limieten voor gebruik van afzonderlijke drugs (enkelvoudig gebruik) en voor combinatiegebruik[i]. De wettelijke limieten gelden voor de volgende drugs: amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA, MDA, cannabis, cocaïne, heroïne, morfine, GHB, gamma butyrolacton en 1,4-butaandiol. In Nederland zijn de limieten zodanig opgesteld, dat de invloed op de rijgeschiktheid vergelijkbaar is met de rijgeschiktheid bij een alcoholpromillage van boven de 0,5. Voor de overige drugs en geneesmiddelen die de rijgeschiktheid negatief beïnvloeden, geldt dat rijden onder invloed daarvan verboden is. Dit geldt dus ook voor het rijden onder invloed van lachgas.

     

    Over het algemeen geldt dat het besturen van een voertuig onder invloed van drugs verboden is. Dit geldt dus bijvoorbeeld ook voor het besturen van een fiets of scooter[ii]. Deze factsheet focust zich voornamelijk op rijden onder invloed van drugs in de auto.

     

  • Hoeveel jongeren rijden onder invloed van drugs?

    Vooral jonge mannen rijden onder invloed van drugs

    Uit het Europese DRUID-onderzoek[i] blijkt dat circa 2,8% van alle Nederlandse automobilisten onder invloed van drugs rijdt, vooral mannen van 18 tot 24 jaar (8,1%). Cannabis en cocaïne komen het meest voor, evenals combinaties met alcohol, vooral bij jongvolwassen mannen. Een Europees onderzoek uit 2018 meldt dat 5,1% van de Nederlandse bestuurders in de afgelopen 30 dagen onder invloed van drugs heeft gereden, vergelijkbaar met het Europese gemiddelde[ii].

    Op lokaal niveau werden in 2024 bijvoorbeeld in de provincie Utrecht ruim 3.100 bestuurders bekeurd voor rijden onder invloed van drank, drugs of bepaalde medicijnen, met de meeste boetes in de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Stichtse Vecht[iii][iv],[v].

     

    Politiecijfers

    De meest recente cijfers laten zien dat er in 2023 ongeveer 40.000 verdachten van rijden onder invloed10 en in de eerste vijf maanden van 2025 steeg het aantal positieve drugstests achter het stuur met een derde ten opzichte van vorig jaar[vi]. Ook het aantal bekeuringen steeg sterk: in 2022 werden ruim 43.400 boetes uitgeschreven, 37% meer dan in het voorgaande jaar. In 2024 bleef dit hoog met ruim 42.600 boetes, gemiddeld 117 per dag[vii],[viii]. Hoewel leeftijdsgroepen in recente data niet gespecificeerd zijn, blijft het vooral onder jongeren een aandachtspunt.

     

  • Wat is het effect van drugs op de rijgeschiktheid?

    Drugs

    Drugs beïnvloeden het bewustzijn en daarmee het rijgedrag. Ze zijn in drie typen verdeeld, afhankelijk van hun werking op de hersenen: verdovend, stimulerend of bewustzijn veranderend. Sommige drugs combineren deze effecten[i]. Elk type vermindert de rijvaardigheid, maar op verschillende manieren.

    Verdovende middelen zoals cannabis, GHB en alcohol, vertragen het centrale zenuwstelsel. Dit leidt tot vermoeidheid, verminderde concentratie, tragere reactietijd en slechtere informatieverwerking16.
    Volgens de SKIP-monitor vinden veel jongeren cannabisgebruik 'normaal', ook in sociale situaties waarin autorijden kort daarna voorkomt. Deze normalisering kan ertoe leiden dat de risico's op het rijgedrag worden onderschat[iii].

    Stimulerende middelen (uppers), zoals cocaïne, speed en MDMA, versnellen het zenuwstelsel. Dit kan zorgen voor aandachtsproblemen, rusteloosheid, agressief rijgedrag, meer risicogedrag en overschatting van de eigen rijvaardigheid. Uit SKIP blijkt dat gebruikers van stimulerende middelen – met name bij festivals en uitgaan – vaak het gevoel hebben “nog prima te kunnen rijden”. Dit sluit aan bij de waargenomen overschatting van eigen rijvermogen, terwijl cognitieve functies in werkelijkheid juist verslechteren.

    Bewustzijnsveranderende middelen (trippers), zoals paddo’s, truffels, LSD en deels cannabis en MDMA, beïnvloeden de zintuiglijke waarneming. Dit kan leiden tot verstoorde tijdsbeleving, verminderde informatieverwerking en verwarring[iv]. Hoewel minder vaak in verkeerscontext gebruikt, blijkt uit de SKIP-monitor dat sommige jongeren het risico van deze middelen op verkeersdeelname volledig onderschatten, vooral wanneer het gaat om “natuurlijke middelen” zoals truffels of paddo’s.

    Kortom, elk type drug vermindert de rijgeschiktheid, zoals schematisch is weergegeven in Tabel 1.

    Soort

    Verslechterde taakuitvoering door effecten op:

     

    Alertheid

    Cognitieve functies

    Motorische functies

    Stemming

    Laterale voertuigcontrole

    Tijds-
    beleving

    Balans

    Cannabis

    Cocaïne

    -

    -

    -

    -

    Amfetaminen

    -

    -

    GHB

    ?

    ?

    MDMA

    -

    -

    -

    -

    Hallucinogenen

    -

    -

    Ketamine

    Lachgas

    ?

    ?

    Tabel 1. Effecten van soorten drugs op taken die van belang zijn voor de rijgeschiktheid

    De indeling van drugs in verdovende, stimulerende en bewustzijn veranderende middelen en hun effecten op rijvaardigheid, blijft actueel. Recente studies bevestigen dat deze typen drugs de rijgeschiktheid op verschillende manieren verminderen[ii].

     

    Hoelang blijven drugs de rijgeschiktheid beïnvloeden?

    Het is bekend dat drugs voor langere tijd in het lichaam aanwezig kunnen blijven. Deelname aan het verkeer kan soms dus nog risicovol zijn als drugs al uren of dagen eerder zijn gebruikt. Er zijn limieten vastgesteld voor amfetamines, cocaïne, THC (hasj en wiet) en GHB. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat bij deze limieten de rijgeschiktheid nog net zoveel wordt beïnvloed als na het drinken van ongeveer 2 glazen alcohol in 1 uur. De tijd dat drugs in het lichaam aantoonbaar blijven, is afhankelijk van welke soort drug het is, de kwaliteit en hoeveelheid van de drugs, de frequentie van gebruik en individuele kenmerken zoals iemands gewicht. Dit maakt het onmogelijk om zeer specifiek aan te geven wanneer iemand weer mag rijden na het gebruik van drugs[iii].

     

    Het Trimbos-instituut heeft de volgende inschatting gemaakt van hoelang drugs aantoonbaar is in speeksel:

    • Hasj/wiet: na 6 tot 8 uur is THC niet meer aan te tonen in speeksel. Als iemand veel blowt en/of een zeer slecht gebit heeft kan dit langer duren.
    • XTC: bij eenmalig slikken: 16-40 uur, bij 2x doseren: 19-58 uur.
    • Speed: bij eenmalige rook/snuif/spuit: 10-20 uur, bij slikken: 15-25 uur en bij bijnemen: 16-40 uur.
    • Cocaïne: eenmalige dosis: 3-4 uur en bij bijnemen: enkele uren meer.
    • GHB: bij recreatief gebruik: gemiddeld zo'n 4 tot 8 uur en bij dagelijks gebruik: altijd positief.
    • Opiaten: eenmalige dosis: 5 uur en dagelijks gebruik: 12 tot 15 uur.

     

     

  • Wat is het risico van deelnemen aan het verkeer onder invloed van drugs?

    Kans op een ongeval

    Het risico op een verkeersongeval, met letsel of dodelijke afloop, is het grootst bij het gebruik van stimulerende middelen zoals amfetaminen en methamfetaminen. Recente meta-analyses tonen aan dat het ongevalsrisico bij amfetaminegebruik tot wel 10 keer hoger ligt, met zelfs een 25 keer hogere kans op dodelijke afloop vergeleken met nuchtere bestuurders[i]. Voor cocaïnegebruik is het risico ongeveer 2 tot 3 keer hoger, en voor cannabisgebruik ligt dit tussen de 1,5 en 2,5 keer.

    Het gevaar neemt verder toe bij polydrugsgebruik (combinatie van meerdere middelen): het risico op een ongeval ligt dan 5 tot 30 keer hoger. De meest risicovolle situatie ontstaat bij de combinatie van alcohol en drugs, waarbij het ongevalsrisico kan oplopen tot wel 200 keer hoger[ii].

  • Hoeveel slachtoffers vallen er onder jongeren door deelname aan het verkeer onder in-vloed van drugs?

    Geen cijfers beschikbaar over het totaal aantal slachtoffers onder jongeren

    Er zijn geen specifieke onderzoeken die het precieze aantal verkeersslachtoffers onder jongeren door middelengebruik laten zien. Wel is bekend hoeveel verkeersslachtoffers na een ongeval met alcohol- en/of drugsgebruik op de Spoedeisende Hulp (SEH) worden behandeld.

    Algemene letselcijfers
    In 2021 werden in Nederland 110.000 verkeersslachtoffers op de SEH behandeld, waarvan bij 916 gevallen bekend was dat alcohol en/of drugs voorafgaand aan het ongeval waren gebruikt. Op basis hiervan werd geschat dat ongeveer 6.400 slachtoffers in dat jaar naar de SEH gingen na een ongeval met middelengebruik, waarvan twee derde ernstig letsel opliep. Sinds 2012 is het aantal ernstige letsels na een ongeval met middelengebruik met 71% gestegen[i]. Recente gegevens uit 2023 laten zien dat het totaal aantal verkeersslachtoffers op de SEH licht is gestegen naar ongeveer 115.000, met circa 7.200 slachtoffers betrokken bij een ongeval waarbij alcohol en/of drugs waren gebruikt[ii]. Het aandeel ernstig letsel blijft hoog, namelijk ongeveer twee derde van deze groep.

    Type middel
    Alcohol is in circa 98% van de gevallen betrokken, drugsgebruik kwam in ongeveer 7% voor. Veelgebruikte drugs waren cannabis, cocaïne, GHB en combinaties hiervan. Hoewel jongeren vaker betrokken zijn bij middelengebruik en verkeersongevallen, ontbreken nog gedetailleerde cijfers over hun aandeel onder verkeersslachtoffers met drugsgebruik.

     

  • Waarom rijden jongeren onder invloed van drugs?

    TeamAlert verzamelde inzichten via interviews, focusgroepen en vragenlijsten. Het onderzoek richtte zich op gebruikers van cannabis, XTC, speed, cocaïne en lachgas, inclusief combinatiegebruik met alcohol. Belangrijke gedragsdeterminanten die het rijgedrag beïnvloeden zijn: attitudes, risicoperceptie, zelfoverschatting, subjectieve pakkans, sociale omgeving en beschikbaarheid van handelingsalternatieven[i],[ii],[iii],[iv].

    • Attitudes: Jongeren die onder invloed rijden, hebben vaak een ambivalente of positieve houding tegenover dit gedrag en vinden het soms ‘veilig’ of ‘leuk’, ondanks het besef dat het onverantwoord is.
    • Risicoperceptie: Ze onderschatten de risico’s en vergelijken drugsgebruik vaak met alcohol. Voor XTC en cannabis wordt het risico vaak niet serieus genomen, terwijl lachgas als gevaarlijker wordt ervaren.
    • Zelfoverschatting: Veel jongeren denken dat ze goed kunnen rijden onder invloed en gebruiken tests als bewijs. Dit vertrouwen wordt versterkt door het ontbreken van negatieve ervaringen.
    • Subjectieve pakkans: Ze schatten de kans om betrapt te worden als klein in en denken dat speekseltesten zelden voorkomen. Sommige jongeren geloven zelfs dat ze zich onder invloed beter aan de regels houden.

     

    Sociale omgeving

    Rijden onder invloed vindt vaak plaats na sociale gelegenheden zoals feesten, festivals of samen chillen met vrienden. Tijdens de coronapandemie verschoof dit gedrag naar huisfeestjes en andere privélocaties, maar bleef ondanks beperkingen bestaan[i],[ii]. Daarnaast blijkt uit de nieuwste SKIP-monitor dat ook de auto zelf soms als plek wordt gebruikt om drugs te consumeren, vooral bij lachgas. Dit benadrukt het belang van de auto niet alleen als vervoermiddel, maar ook als sociale ruimte waar risicogedrag plaatsvindt.

    • Sociale normen: De perceptie van wat vrienden vinden (injunctieve norm) en doen (descriptieve norm) blijft een sterke invloed op het gedrag van jongeren. SKIP bevestigt dat jongeren vaak denken dat hun vriendengroep rijden onder invloed accepteert, terwijl dit in werkelijkheid minder het geval is. Deze misperceptie zorgt ervoor dat het gedrag zich makkelijker voortzet, juist omdat er weinig openheid is binnen vriendengroepen over de risico’s en het afkeuren van rijden onder invloed.
    • Vriendengroepen: Binnen vriendengroepen waar rijden onder invloed voorkomt, is sociale druk een belangrijke factor. Jongeren voelen zich verantwoordelijk om vrienden thuis te brengen, maar ervaren ook druk om zelf mee te doen. De nieuwste SKIP-monitor onderstreept dat deze steun én druk als motivatoren dienen om risico’s te nemen, ook als jongeren zich bewust zijn van de gevaren.
    • Ouders: Hoewel ouders doorgaans rijden onder invloed afkeuren, blijkt dat jongeren hier niet altijd over praten met hun ouders. Sommige jongeren ervaren de ouderlijke afkeuring zelfs als een ‘challenge’ of extra motivatie om het gedrag voort te zetten. De mate waarin ouders het gesprek aangaan en ondersteuning bieden, varieert sterk en kan het verschil maken in het verminderen van risicogedrag.
    • Partner en familie: Jongeren die onder invloed rijden, denken vaker dan anderen dat hun partner en familie dit gedrag positief beoordelen. Dit is met name het geval bij gebruikers van cannabis, speed en lachgas. De SKIP-monitor toont aan dat deze percepties het risico op herhaling kunnen vergroten, omdat sociale steun of acceptatie het gedrag legitimeert.
    • Werkgevers: Werk en toekomstperspectief blijven belangrijke factoren voor jongeren om gedrag aan te passen. Toch blijkt dat jongeren die onder invloed rijden vaak inschatten dat hun werkgever minder negatief staat tegenover dit gedrag dan jongeren die niet rijden onder invloed. Dit kan het verantwoordelijkheidsgevoel verminderen en daarmee het risico op rijden onder invloed vergroten.

    Handelingsalternatieven

    Een gebrek aan praktische, betaalbare en aantrekkelijke alternatieven, zoals betrouwbaar openbaar vervoer of een betaalbare taxi, zorgt er vaak voor dat jongeren tóch zelf gaan rijden. Taxi’s zijn vaak te duur en het OV is onbetrouwbaar of niet beschikbaar op de juiste tijden. De auto wordt ervaren als comfortabel, privé en onafhankelijk. Daarnaast ontbreekt het jongeren vaak aan eigen-effectiviteit: ze denken dat ze niet in staat zijn om nuchter te blijven tijdens een feest of festival, en maken dus geen plannen om nuchter te blijven als ze weten dat ze nog moeten rijden.  

    Belangrijke gedragsdeterminanten uit het TeamAlert-determinantenonderzoek laten zien dat drugsgebruikers die onder invloed rijden:

    • Negatiever zijn over alternatief vervoer (OV, taxi, lift) dan niet-rijdende gebruikers.
    • Alternatief vervoer minder betaalbaar en beschikbaar vinden.
    • Het gebrek aan privacy in OV en taxi vervelender vinden.
    • Het vervelender vinden om afhankelijk te zijn van OV of een bekende voor een lift.
    • Minder vertrouwen hebben in hun eigen vermogen om verleiding te weerstaan wanneer ze weten dat ze nog moeten rijden.

    In Tabel 3 is een overzicht van alle gedragsdeterminanten en drugssoorten te zien, afkomstig uit het determinantenonderzoek van TeamAlert. Voor iedere drugssoort is gemarkeerd op welke gedragsdeterminant deelnemers die wel (auto)rijden onder invloed (ROI) verschillen van deelnemers die niet onder invloed autorijden. De effectgroottes worden door middel van verschillende kleuren weergegeven.

    Tabel 3. Verschillen met effectgrootte wel/niet ROI per gedragsdeterminant en drugssoort.

     

     

  • Welke straffen gelden er voor het rijden onder invloed van drugs?

    Het is verboden om onder invloed van drugs deel te nemen aan het verkeer. Voor drugscombinaties en alcohol-drugs combinaties geldt een nul limiet. Bestuurders zijn strafbaar wanneer zij onder invloed van combinaties deelnemen aan het verkeer, ongeacht de gebruikte hoeveelheid5. Wanneer een bestuurder betrapt wordt op rijden onder invloed van drugs kan diegene te maken krijgen met straffen van het OM (Openbaar Ministerie) en maatregelen vanuit het CBR[i] (Centraal Bureau Rijbewijzen).

     

    Straffen

    Wanneer iemand betrapt wordt op rijden onder invloed van drugs, kan het OM een boete en/of gevangenisstraf Wordt iemand betrapt op rijden onder invloed van drugs, dan kan het OM een boete en/of gevangenisstraf opleggen. De maximale straf is een jaar gevangenisstraf of een boete van €21.750,-. Ook kan de rijbevoegdheid voor maximaal vijf jaar worden ontzegd[ii]. Bij een tweede veroordeling binnen vijf jaar wordt het rijbewijs ongeldig verklaard en moet de bestuurder opnieuw rijexamen doen. Ook krijgt de bestuurder een strafblad, wat bijvoorbeeld het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kan bemoeilijken. Bij een eerste aanhouding kan de bestuurder een educatieve cursus over drugs en verkeer opgelegd krijgen.

     

    Onderzoek naar rijgeschiktheid

    De politie kan een bestuurder bij het CBR melden zodat er onderzoek kan worden gedaan naar de afhankelijkheid van drugsgebruik. In dit onderzoek wordt gekeken naar de rijgeschikt van de bestuurder, zodat de bestuurder alleen de weg op gaat als dit veilig is voor de bestuurder zelf en de medeweggebruikers. Tijdens dit onderzoek toetst het CBR of er sprake is van drugsmisbruik. Het onderzoek bestaat uit een psychiatrisch onderzoek, lichamelijk onderzoek en urine- en/of drugsonderzoek. Soms moet de verdachte ook een bloedonderzoek ondergaan. Deelname aan het onderzoek is verplicht. Als een verdachte niet meewerkt, wordt het rijbewijs ongeldig verklaard. De bestuurder mag dan niet meer rijden. Ook tijdens het onderzoek kan het rijbewijs tijdelijk geschorst worden. De kosten van het onderzoek moeten door de bestuurder zelf worden betaald. Deze kosten bedragen €1.424,- (€470,- opleggingskosten en €954,- uitvoeringskosten)[iii].

    Er zijn twee uitslagen mogelijk. Ofwel de bestuurder is rijgeschikt en mag blijven rijden, of de bestuurder krijgt het rijbewijs niet terug. Als het rijbewijs ongeldig wordt verklaard, mag de bestuurder een nieuw rijbewijs aanvragen bij de gemeente. Wanneer de bestuurder niet rijgeschikt is en het rijbewijs ongeldig wordt verklaard, mag de bestuurder niet meer rijden. Wanneer de bestuurder in de toekomst weer een rijbewijs wil, moet deze opnieuw een rijgeschiktheid onderzoek onderaan. De bestuurder hoeft niet opnieuw rijexamen te doen[iv].

     

  • Welke (wettelijke) maatregelen zijn er om te voorkomen dat jongeren rijden onder invloed van drugs?

    Invoering van limieten en politiecontroles

    Sinds 1 juli 2017 gelden in Nederland wettelijke limieten voor drugsgebruik in het verkeer. Bij vermoeden van gebruik, opvallend rijgedrag of tijdens een algemene controle mag de politie bestuurders onderwerpen aan een onderzoek. Dit begint meestal met een test van oogbewegingen, spraak en motoriek. Ook wordt een speekseltest ingezet die drugsgebruik snel kan aantonen. Bij een positieve uitslag volgt een bloedonderzoek, uitgevoerd door een arts of verpleegkundige. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) analyseert het bloed op type en hoeveelheid drugs. De uitslag geldt als bewijsmiddel in juridische procedures. Weigeren mee te werken aan een speeksel- of bloedtest is strafbaar[i],[ii]. Onderzoek toont aan dat dergelijke controles bijdragen aan de verkeersveiligheid[iii].

     

    Educatieve Maatregel Drugs

    Sinds 1 april 2023 kan het CBR de Educatieve Maatregel Drugs (EMD) opleggen aan bestuurders die worden betrapt op rijden onder invloed van drugs, of die weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek, mits het hun eerste overtreding betreft. Tijdens deze cursus leren deelnemers over de risico’s van drugsgebruik in het verkeer en krijgen zij handvatten om herhaling te voorkomen. De cursus bestaat uit drie bijeenkomsten in vier weken. De kosten (€470 oplegging en €726 uitvoering) zijn voor eigen rekening[iv].

     

  • Hoe kan de veiligheid van jongeren in het verkeer omtrent drugs verder bevorderd wor-den?

    Sociale norm: nuchter rijden is normaal

    Veel jongeren die rijden onder invloed denken dat dit normaal is, omdat ze het vaak om zich heen zien. Uit recent onderzoek, waaronder de SKIP-monitor, blijkt echter dat de meeste jongeren dit gedrag juist onacceptabel en onverstandig vinden. Door deze positieve norm actief te communiceren, bijvoorbeeld via campagnes als Rij Drugsvrij, kan het nuchtere rijgedrag worden versterkt.

    Binnen vriendengroepen wordt rijden onder invloed nog wel eens als normaal gezien. Groepsgesprekken, zoals in het Witte Waas-project, helpen om de norm te veranderen door samen afspraken te maken en steun te bieden voor veilig rijden.

     

    Weerbaarheid tegen groepsdruk

    Jonge bestuurders kunnen kwetsbaar zijn voor groepsdruk[i]. Het trainen van weerbaarheid, bijvoorbeeld via het TeamAlert-project Muurvast, helpt jongeren om ‘nee’ te zeggen tegen rijden onder invloed. Oefeningen in assertiviteit en het herkennen van risicovolle situaties spelen hierin een belangrijke rol.

     

    Zelfcontrole en plannen maken

    Veel jongeren onderschatten de risico’s van rijden onder invloed en overschatten hun eigen rijvaardigheid. Projecten zoals The Day After helpen jongeren om zelfcontrole te vergroten. Daarnaast is het effectief om jongeren vooraf concrete plannen te laten maken voor veilig vervoer, bijvoorbeeld door implementatie-intenties toe te passen[iv].

     

    Subjectieve pakkans verhogen

    Jongeren schatten de kans om gepakt te worden vaak laag in, maar zeggen minder snel onder invloed te rijden als ze verwachten gecontroleerd te worden26,29. De subjectieve pakkans kan verhoogd worden via zichtbare en onvoorspelbare controles, en door berichtgeving in media over aanhoudingen en sancties[vi]. Ook communicatie voorafgaand aan festivals – bijvoorbeeld via ticketwebsites – kan bijdragen aan het verhogen van deze pakkans.

    De media kunnen een belangrijke rol spelen in het beïnvloeden van de subjectieve pakkans. Berichten over stijgende aantallen aanhoudingen en sancties, zoals rijbewijsverlies, zijn effectief[vii]. Jongeren blijken gevoeliger voor het verlies van hun rijbewijs dan voor geldboetes.

     

    Ouders als beïnvloeders

    Hoewel ouders het rijden onder invloed meestal afkeuren, bespreken ze dit onderwerp niet altijd actief met hun kinderen26. Ouders kunnen jongeren helpen door grenzen te stellen, duidelijke afspraken te maken en informatie te geven over de gevolgen van risicogedrag (Trimbos, 2021). Daarnaast is het aanbevolen ouders goed te informeren via websites, zoals https://www.trimbos.nl/aanbod/webwinkel/af1509-opvoeding-uitgaan/, om hen voor te lichten over wat er speelt, zodat zij beter kunt aangeven waarom zij grenzen stellen. Het betrekken van ouders bij voorlichting en interventies verhoogt de effectiviteit[i]

     

    Campagnes en voorlichting

    TeamAlert voert landelijke campagnes en interventies uit om jongeren bewust te maken van de gevaren van rijden onder invloed van drugs:

    Rij Ballonvrij: De campagne ‘Rij Ballonvrij’ richt zich op het voorkomen van rijden onder invloed van lachgas. Jongeren worden via social media en evenementen voorgelicht over de risico’s en normen rondom lachgasgebruik in het verkeer.

    Rij Drugsvrij: Jaarlijks lanceert TeamAlert haar campagne ‘Rij Drugsvrij’. Met de slogan "Plan je trip. Rij drugsvrij", spoort TeamAlert jongeren aan vooraf een veilige rit naar huis te regelen. De campagne combineert informatie over risico’s en boetes met het promoten van sociaal gewenst gedrag. In 2025 richt de campagne zich onder andere op ervaringsverhalen van jongeren. 

    Voorlichting: Naast de landelijke campagnes voert TeamAlert drie interventies gericht op het voorkomen van rijden onder invloed van drugs:

    • Witte Waas: voorlichtingsmedewerkers voeren gesprekken met jongeren op festivals en feesten over rijden onder invloed. Het project vindt plaats op indoorevenementen, zoals discotheken, maar ook outdoor evenementen, zoals festivals.
    • The Day After is een educatief project, waarin jongeren middels een escaperoomformat getraind worden in het vertonen van zelfcontrole. Door meer zelfcontrole te hebben kunnen de jongeren verleidingen, zoals middelengebruik in het verkeer, beter weerstaan.
    • Escapabel: is een online escaperoom waarin jongeren met puzzels en het kraken van codes moeten achterhalen wie de nuchtere bestuurder is. Tijdens het project gaan jongerenvoorlichters in gesprek met studenten over het regelen van een veilige rit wanneer zij drugs of alcohol gebruiken.

Deze projecten sluiten aan bij deze factsheet

Een onderzoek laten uitvoeren?

Graag!